20. Stan Grof. LSD, geboorte, seks en dood

‘Als ik de vader van LSD ben, dan is Stan, de grootvader,’ aldus Albert Hofmann, de ontdekker. ‘Niemand heeft zoveel bijgedragen voor de ontwikkeling van mijn probleemkind als Stan.’ Dat is geenszins overdreven. Ongetwijfeld is hij een van de grootste autoriteiten op het gebied van de LSD-psychotherapie en wat later als alternatief voor druggebruik is gaan heten ‘het holotropische ademwerk’.

Stan

                                 Stan Grof (1931....)

Om een nieuwe cartografie van het bewustzijn te ontwerpen hield hij meer dan 4000 klinische sessies, ‘trips’, met LSD en andere psychedelica en meer dan 30.000 sessies voor de ontwikkeling van het holotropische ademwerk. Met o.a. Abraham Maslow staat hij aan het begin van de transpersoonlijke psychologie, waar ook aandacht gegeven werd aan buitengewone, transcendente ervaringen, zoals religieuze, mystieke, als ook buitengewone ervaringen rond geboorte en dood.1

Op youtube zijn vele filmpjes te zien van interviews met hem of van volledige versies van lezingen. Hij komt mij voor als een zeer beminnelijk man die geduldig en rustig vragen beantwoordt of aan de hand van aantekeningen de toehoorders rechtstreek toespreekt.

Geboren in Praag vertelt Stan vaak dat hij eigenlijk kunstenaar had willen en wel op het gebied van animatiefilms. Maar toen hij Freud’s Lectures on Pschanalyse in één nacht had uitgelezen, besloot hij medicijnen te gaan studeren en werd een orthodox Freudiaanse analist. Na zijn diplomering deed hij vrijwillig mee met LSD experimenten aan de psychiatrische afdeling van de universiteit. Hoewel Freud het bewustzijn opnieuw en revolutionair in kaart gebracht had, ontdekte Grof dat het bewustzijn oneindig rijker en uitgestrekter is.

In 1964 reisde hij naar Londen voor een conferentie over LSD. Daar ontmoette hij Virginia Satir, werkzaam in Esalen, die hem uitnodigde naar Big Sure te komen. Grof gaf een geïmproviseerde workshop en raakte direct bevriend met Michael Murphy.

Drie jaar later reisde Grof opnieuw naar de VS om in Baltimore mee te werken aan psychedelische sessies in het Maryland Psychiatric Research Center. Twee jaar lang zou hij daar verblijven. Het was naar eigen zeggen de meest belangrijke tijd van zijn leven: ‘Het scheen mij in alle duidelijkheid toe dat er in het rijk van de geest geen grenzen bestaan en dat tijd en ruimte willekeurige constructies van de psyché zijn.’

Om zijn inzicht te testen ging hij tijdens een sessie terug naar zijn appartement in Praag. Hij zag zichzelf met ongelofelijke snelheid door de ruimte vliegen zonder ergens heen te gaan. Baltimore en Praag lagen op dezelfde plaats. Opeens bevond hij zich in het televisietoestel van zijn ouders. ‘O, hij zag ze vliegen’, zal een nuchtere lezer denken. Nee hij zag ze niet vliegen, hij vloog. De geest kan vliegen. Al wist hij niet of hij werkelijk in Praag was en droomde in Baltimore te zijn of dat hij in Baltimore was en dit een hallucinatie was, veroorzaakt door de LSD. Hij dacht aan Chuang-Tzu die zich afvroeg of hij zich verbeeldde dat hij een vlinder was of een vlinder die zich verbeeldde dat hij een mens was.

Hij besloot tot een experiment. In het huis waar hij ronddoolde en zijn ouders te slapen lagen, wilde hij een schilderij van de muur halen en zijn ouders een brief te schrijven met de vraag of zij iets bijzonders hadden opgemerkt. Maar terwijl zijn handen reikten naar het schilderij overviel hem een grote angst. Hij zag beelden van zwarte magiërs, gokkende casino’s, militaire troepenbewegingen. Hij realiseerde zich het verschrikkelijke wat hij aan het doen was. Als hij tijd en ruimte zo gemakkelijk kon overstijgen, dan konden anderen dit ook en wat dan?

Toen, in 1967, was Grof nog niet zo zeker: ‘Als ik zou kunnen bevestigen dat het mogelijk was de fysieke omgeving op een afstand van zeven duizend mijl te manipuleren, dan zou mijn universum als resultaat van dit ene experiment ineenstorten en ik zou mijzelf bevinden in een volledige staat van metafysische verwarring’ De wereld zoals ik die gekend had bestond niet meer.’

Toen in 1968 de Sovjets Tsjechoslowakije binnenvielen, kreeg Grof het bevel naar Praag terug te keren. Hij weigerde en zou twintig jaar in ballingschap in Amerika leven. Eerst in 1993 zou hij naar zijn vaderland terugkeren voor een conferentie over transpersoonlijke psychologie onder bescherming van zijn vriend en president Vaclav Havel.

Intussen werkte hij aan zijn boek Realms of the Human Unconcsiuos, dat uitgegeven werd in de Esalen boekenserie onder redactie van Stuart Mill. Michael Murphy nodigde hem in 1967 opnieuw uit naar Big Sure te komen.

In 1970 publiceerde Grof LSD Psychotherapie. Baanbrekend en slecht getimed.  Slecht getimed omdat in die tijd sprake was van wijdverbreid misbruik van drugs, een sensationele pers zeer negatieve geluiden liet horen en een uiterst vijandige politieke omgeving die een einde dreigde te maken aan elk experiment of onderzoek. Het was de tijd van ‘war on drugs’.

Maar het boek was ook grensverleggend. Het onderzoek naar de effecten van LSD, betoogt Grof, is voor de psychiatrie wat de telescoop is voor de astronomie en de microscoop voor de biologie. ‘LSD schijnt alle mechanismen die werkzaam in de drug vrije psychotherapieën te intensiveren en brengt bovendien nieuwe, krachtige mechanismen van psychologische veranderingen met zich mee, die alsnog ongekend en onverklaard blijven door de mainstream psychologie.’ Bijvoorbeeld, LSD vergroot en intensiveert het terugroepen van verdrongen herinneringen. Het brengt onverwachte overdrachtsverschijnselen tussen cliënt en therapeut, als ook veel onbewust materiaal. In de psychedelische ervaring wist Grof vier niveaus van psychisch functioneren te onderscheiden: het abstracte en esthetische -zoals geometrische  patronen-, het psychodynamische, het perinatale en het transpersoonlijke. De laatste twee wijken af van de standaard psychoanalyse.

Grof analyseerde het perinatale, de periode rond de geboorte, vanaf de 22e zwangerschapsweek tot de 7e dag na de geboorte. Hij volgde hier Otto Rank die beweerde dat veel psychologische patronen en problemen zijn terug te voeren tot een geboortetrauma en de traumatische doortocht door het vaginale kanaal. Mede op basis van LSD ervaringen ontdekte Grof een hele serie ‘basic perinatal matrices’ (BPM), aangeduid als volgt: Primaire eenheid met de Moeder (BPM I); Antagonisme met de Moeder (BPM II);  Synergisme met de Moeder (PBM III) en Separation met de Moeder (BPM IV). 2

Zonder in details te treden, hiermee schetst Grof het geboorteproces niet alleen langs traumatische momenten, zoals angst voor de dood, angst voor nooit terug te keren, angst voor gek te worden - maar laat hij ook zien dat onder de juiste omstandigheden geboorte kan leiden naar een transpersoonlijk gebied waar het individuele en het kosmische intiem met elkaar verbonden zijn. Daar kunnen parapsychologische ervaringen plaats vinden, als ook orgastische gevoelens, spirituele bevrijding en verlichting of zoals Grof dit noemt: een mystieke eenheid met het creatieve principe in het universum.  Uiteindelijk kan de geboorte geleid worden naar de absolute werkelijkheid, ofwel de supra kosmische en meta kosmische Leegte.

Grof staat hier geenszins alleen. Bij de beschrijving van deze perinatale matrices verwijst hij voortdurend naar de tantrische hindoe godin Kali als archetype van de Grote Moeder en de Verschrikkelijke Moeder. Zie ook Jung.  Zoals in de tantrische cultuur in Inda is Grof’s matrix model gefocust op de ervaring van het kind op de moeder en haar lichaam. Het is een moederlijk mystiek die gegrond is in wat in  de tantrische tradities genoemd wordt ‘de kosmische baarmoeder’, de yoni.  De vrouwelijke geslachtsorganen en de baarmoeder zijn de overdragers en bron van kosmisch leven en goddelijke energie.

De triade geboorte, seks en dood zijn voor Grof fysiek en spiritueel met elkaar verbonden en orthodoxe religieuze tradities zijn simpelweg fout deze connectie te ontkennen: ‘Vanwege hun intieme verbinding met spiritualiteit tonen geboorte, seks en dood een duidelijke overlapping met elkaar. Voor veel vrouwen kan een ongecompliceerde bevalling onder gunstige omstandigheden de krachtigste seksuele ervaring van hun leven zijn. Omgekeerd, een krachtig seksueel orgasme kan zowel voor vrouwen als voor mannen de vorm aannemen van een psychospirituele wedergeboorte. Een orgasme kan zo overweldigend zijn, dat het ervaren kan worden als sterven.’

Grof onderscheidt twee wijze van bewustzijn; een hylotropische en holotropische. Dit zijn samengestelde woorden. Holotropisch is Grieks voor holos = geheel en trepein = zich bewegen naar, in de richting van iets. Dus georiënteerd op een geheel of bewegend naar een geheel. Het woord is een neologisme maar verbonden met de gewoonlijk gebruikte term heliotropisch – de eigenschap van een plant altijd gekeerd te zijn in de richting van de zon.

Holotropisch wijst erop dat wij in het Westen ons identificeren met slechts een klein deel van wat we werkelijk zijn. Holotropische staten van bewustzijn helpen ons te erkennen dat we niet ‘de in ons huid ingekapselde ego’s’ zijn - uitdrukking van Alan Watts. Wij zijn evenredig met het kosmische principe. Of zoals Teilhard de Chardin het formuleert: ‘We zijn geen menselijke wezens die spirituele ervaringen hebben, we zijn spirituele wezens die menselijke ervaringen hebben.’

Hylotropsich verwijst naar de normale, alle daagse ervaring van de werkelijkheid, waarover we in zekere mate een consensus hebben. Holotropisch is kenmerkend voor ervaringen die staan voor een heelheid en totaliteit van het bestaan, zoals meditatieve, mystieke en psychedelische ervaringen. Beide modellen zijn nodig, maar de huidige psychiatrie duidt deze buitengewone ervaringen als psychotisch. De Hindoes kennen het hylotropische als ‘namarupa -, het gescheiden, individuele, illusoire zelfnaam en vorm en het hylotropische als Atman – Brahman, de ware aard van het zelf.

Grof: ‘In de oude Indiase Upanishads is het antwoord op de vraag ‘Wie ben ik?’: ‘Tat tvan asi”. Dit compacte Sanskriet zinnetje betekent letterlijk: Jij bent Dat’, of ‘Jij bent Godheid’. Het suggereert dat we geen namarupa – naam en vorm (lichaam/ego) zijn, maar dat onze diepste identiteit ligt in ons meest innerlijk zijnde (Atman), dat uiteindelijk identiek is met het hoogst universele (Brahman). En Hindoeïsme is niet de enige religie die deze ontdekking gedaan heeft. De openbaring betreffende de identiteit van het individuele met het goddelijke is het ultieme geheim dat in de mystieke kern ligt van alle grote spirituele tradities. De naam voor dit principe zou kunnen zijn het Tao, Kosmische Christus, Allah, Grote Geest, Sila en vele anderen.’

Grof verwijst ook vaak naar zogenaamd archaïsche culturen die onder andere namen de holotropische ervaringen kennen. Zij hebben kennis van psychedelische planten en psychedelische materialen: trommels, rammelaars gebruikt tijdens rituelen. Zij gebruiken zelfgekozen pijn zoals verblijf in de woestijn, in hoge gebergte, in een grot. Sjamanen ervaren dood en geboorte bij initiaties. Zo ook de Eleusinische mysteriën of Isis/Oris mysteriën in Egypte de Sumerische mysteries van Inann en Dumuzi,  de Maya.

Kripal vat nog eens in enkele punten het gedachtegoed van Grof samen.  Hij noemt het metafysische conclusies:

  • Bewustzijn is geen product van het brein, maar een eerste principe van bestaan. Het speelt een cruciale rol in de schepping van de fenomenale wereld.
  • De psyche van ieder van ons is wezenlijk samenvallend met alle bestaan en uiteindelijk identiek met het kosmische creatieve principe zelf.
  • Het materiële universum is een virtuele werkelijkheid geschapen door Absoluut Bewustzijn door een oneindige complexe orkestratie van ervaringen.
  • Als een virtuele realiteit, gelijk een kosmische film of theater, is het universum een kosmisch spel, dat we genoeglijk moeten spelen in de geest van de tantrische takken van Jaïnisme, Hindoeisme en Boeddhisme, die elk overduidelijk een levensbevestigende en een leven celebrerende oriëntatie hebben.
  • Zoals dezelfde oude tantrische teksten suggereren is het menselijk     lichaam letterlijk een microkosmos die de gehele macrokosmos reflecteert en bevat en wel zodanig dat als men door en door zijn eigen lichaam en psyche zou verkennen, dit de kennis van alle fenomenale werelden zou kennen.
  • Tenslotte, het universum is niet moreel in de normale zin van het woord, eerder is het, om een frase van Nietzsche te gebruiken (ontleend aan de Indiase Upanisads), ‘aan gene zijde van goed en kwaad’, vandaar is agressie geweven in de natuurlijke orde en is het niet mogelijk te leven behalve ten koste van andere levende schepsels;  dit dwingt ons op zijn beurt te erkennen dat het creatie, kosmische principe direct verantwoordelijk is voor alle lijden en verschrikkingen van bestaan. 3  

Om op één van bovenstaande punten terug te komen: Stan Grof wist als geen ander dat de materiële werkelijkheid, waarin we leven, een virtuele realiteit is, dwz een spel, maya zoals de Hindoes dit noemen. ‘We leven in een kosmische film.’ Voor mij opgevoed, gevormd, geïndoctrineerd (?) met harde, sociaal en cultureel gevormde concepten die op mijn ogen plakken en dus de door mij waargenomen werkelijkheid als waarheid, echtheid en als authentiek presenteren, was de wereld als illusie aanvankelijk moeilijk te aanvaarden. Toch is deze stellige objectiviteit met de nodige vastgeroeste dogma’s en onbetwiste oordelen de oorzaak van veel problemen, zoals geweld, oorlog, ruzie, misdaad, eigengerechtigheid, als ook voor de frustratie van nagejaagde doelen als rijkdom, aanzien, seksuele bevrediging en macht. Die zogenaamde objectieve blik op de werkelijkheid kan niet anders dan teleurstellen. Met deze kijk wordt mij een worst voorgehouden die wellicht individueel, maatschappelijk of politiek van belang is, maar die geen rekening houdt met spirituele verlangens of mystieke drijfveren.

Grof vertelt hoe hij tijdens een indrukwekkende MDMA sessie – d.i. 3,4 methyleendioxymethamfetamine, mooi woordje voor een avondje scrabble – beelden kreeg van de Bijbelse Apocalyps met eindtijdsvisioenen, zeer populair in sommige christelijke kringen. Voor de eerste keer, aldus Grof, realiseerde hij zich dat alles wat we rondom ons zien en waarvan we veronderstellen dat dit werkelijk is, in feite een soort virtuele illusie is, die actueel niet op een echte wijze bestaat. Dit was voor hem het einde van de wereld.4

  • 1Kripal, op.cit. p. 255 en volgende.
  • 2idem, p.258.
  • 3idem, p. 260.
  • 4idem, p.261.