›› Zen

De Boeddha vond het doodloze

kop van boeddha

In de (niet-boeddhistische) Upanishaden treffen we een beschrijving aan van het Brahman, de oergrond der dingen, die een duidelijke verwantschap met de voorgaande passages vertoont:

In de hoogste gouden schede is het Brahman, smetteloos, zonder delen. Het is zuiver, het licht der lichten. Dat is wat de kenners van het zelf weten.

De zon schijnt daar niet, noch de maan en de sterren; deze lichten schijnen er niet, laat staan het vuur. Alles ontleent zijn straling aan dat stralende (Brahman). Zijn stralen verlichten deze wereld. Brahman, waarlijk, is het doodloze. (Mundaka-Upanisad II, 2, 10-12)

Met het 'doodloze' (Skt. amrta/V. amata) wordt in boeddhistische teksten vaak het nirvana aangeduid.

(Lange leerredes, p.219)

Toen dan, monniken, de overwegingen van boeddha Vipassi begrijpende, sprak de grote Brahma hem toe in de vol­gende verzen:

"Zoals iemand vanaf de top van een berg, een rots,

aan alle kanten mensen kan zien,

zo, o wijze, o ziener van alles,

beklim het van Dhamma gemaakte terras en

zie neer op de mensen, getroffen door verdriet,

in de greep van geboorte en ouderdom,

gij, bij wie het verdriet geweken is.

Sta op, o held, winnaar in de veldslag, karavaanleider, gij die zonder schuld zijt, ga rond in de wereld! Onderricht, o Verhevene, de Dhamma! Er zullen mensen zijn die hem begrijpen.

Daarop antwoordde boeddha Vipassï die grote Brahma in eenvers:

"Geopend zijn de poorten van het doodloze voor hen die oren hebben. Laten zij vertrouwen schenken. Brahma, mij voorstellend dat het een kwelling zou worden, verkondigde ik niet de mij bekende, sublieme leer onder de mensen." 

(Lange leerredes 279)

'Ik, twijfelaar, vraag aan Brahma Sanamkumara, 

die niet twijfelt, over wat anderen graag zouden weten:

 met welke instelling en waarin zich oefenend 

bereikt een sterveling de doodloze Brahma-wereld?'

'Als hij zijn bezitzucht opgeeft, brahmaan,

tot concentratie komt, vol mededogen,

niet in kwade reuk staat, zich onthoudt van sex -

met deze instelling en hierin zich oefenend

bereikt een sterveling de doodloze Brahma-wereld.'

(Lange Leerredes 436)

Eens verbleef de Verhevene in Savatthi, in het Jetavana, het park van Anathapindika.

Toen dan ging een zekere monnik naar de Verhevene toe. Bij hem gekomen groette hij hem eerbiedig en zette zich ter zijde neer.

Ter zijde gezeten zei die monnik dit tot de Verhevene: '"Verwijdering van hartstocht, verwijdering van haat, verwij­dering van verwarring" wordt er gezegd, Heer. Waarvan, Heer, is dit toch een aanduiding?''Het is een aanduiding, monnik, voor de sfeer van het nir­vana. Hiermee wordt de vernietiging van de mentale vergiften beschreven.'

Op die woorden zei die monnik dit tot de Verhevene: '"Het doodloze, het doodloze" wordt er gezegd, Heer. Wat toch, Heer, is het doodloze? Wat is het pad dat naar het doodloze leidt?'

'Monnik, de vernietiging van hartstocht, de vernietiging van haat, de vernietiging van verwarring - dat wordt het doodloze genoemd. Het pad dat naar het doodloze leidt, is dit Edele Achtvoudige Pad, te weten: de juiste zienswijze ... en de juiste concentratie.' (1714)

(De verzameling thematisch geordende leerredes, 42)

  'Welnu, een monnik ontwikkelt de juiste zienswijze met het doodloze als vaste grond, met het doodloze als bestem­ming, met het doodloze als einddoel ... en hij ontwikkelt de juiste concentratie met het doodloze als vaste grond, met het doodloze als bestemming, met het doodloze als einddoel. Al­dus neigt een monnik ...' 

(VTGL, 76)

'Monniken, er zijn vijf ketenen die aan het hogere bestaan binden. Welke vijf? Passie voor de Wereld der Vormen, passie voor de Vormloze Wereld, eigendunk, onrust en onwetend­heid. Dit zijn de vijf ketenen die aan het hogere bestaan binden.

Voor direct inzicht, monniken, in deze vijf ketenen die aan het hogere bestaan binden, voor volledig begrip, voor vol­ledige vernietiging, voor het opgeven ervan moeten de zeven verlichtingsfactoren ontwikkeld worden. Welke zeven?

Welnu, monniken, een monnik ontwikkelt de verlich­tingsfactor 'aandacht' ... en de verlichtingsfactor 'gelijkmoe­digheid' met als einddoel het verwijderen van hartstocht, het verwijderen van haat, het verwijderen van verwarring ... met het doodloze als vaste grond, met het doodloze als bestemming, met het doodloze als einddoel... buigend naar het nirvana, hel­lend naar het nirvana, neigend naar het nirvana.

(VGTL 183)

Hiertoe, Ananda, blijft een monnik bij het lichaam, lichaam beschouwend, energiek, volbewust, aandachtig, een einde makend aan de hunkering naar en het verdriet om de wereld; hij blijft bij de gevoelens, de gevoelens beschouwend, energiek, volbewust, aandachtig, een einde makend aan de hun­kering naar en het verdriet om de wereld; hij blijft bij de gees­tesgesteldheid, de geestesgesteldheid beschouwend, energiek, volbewust, aandachtig, een einde makend aan de hunkering naar en het verdriet om de wereld; hij blijft bij de mentale factoren, de mentale factoren beschouwend, energiek, volbewust, aan­dachtig, een einde makend aan de hunkering naar en het ver­driet om de wereld. Aldus is een monnik in zijn leven zichzelf tot eiland, zichzelf tot toevlucht en heeft hij niemand anders als toevlucht; is de Dhamma hem tot eiland, is de Dhamma hem tot toevlucht en niet iets anders. De monniken, Ananda, die nu of na mijn heengaan zo zullen leven, die zich willen oefenen, die zullen voor mij aan de top staan, in het doodloze.' 

(VGTl, 206)

 'Monniken, er zijn vier vormen van het cultiveren van de aandacht. Welke vier?

Welnu, monniken, een monnik blijft bij het lichaam, het lichaam beschouwend, energiek, volbewust, aandachtig, een einde makend aan de hunkering naar en het verdriet om de we­reld. Wanneer hij zo het lichaam beschouwend bij het lichaam blijft,wordt alle verlangen naar het lichaam opgegeven. Door het opgeven van verlangen wordt het doodloze gerealiseerd.

Hij blijft bij de gevoelens ... wordt het doodloze gerea­liseerd. 

Hij blijft bij de geestesgesteldheid ... wordt het doodloze gerealiseerd.

Hij blijft bij de mentale factoren ... Wanneer hij zo de mentale factoren beschouwend bij de mentale factoren blijft, wordt alle verlangen naar de mentale factoren opgegeven. Door het opgeven van verlangen wordt het doodloze gerealiseerd.' (VGTL,233)

Maar, Heer, wat is edele bevrijding?

‘Stel, Ananda,  een edele leerling overweegt aldus: ‘Wat betreft de geneugten in dit leven, de geneugten in het hiernamaals, de voorstelling van geneugten in dit leven, de voorstelling van geneugten in het hiernamaals, wat betreft de zichtbare vormen in dit leven, de zichtbare vormen in het hiernamaals, de voorstelling van zichtbare vormen in dit leven, de voorstelling van zichtbare vormen in het hiernamaals, de voorstelling van onverstoorbaarheid, de voorstelling van de sfeer van nietsheid en de voorstelling van de sfeer van noch-voorstelling-noch-geen-voorstelling - dit is [het gebied van] de persoonlijkheid zover als de persoonlijkheid reikt.En dit is het doodloze, namelijk de bevrijding van de geest zonder zich nog iets toe te eigenen.

(VML,deel 3, 76/77)

De Boeddha als de gever, brenger van het doodloze

Monniken, spreekt de Voleindigde niet aan met zijn naam en met het woord ‘vriend’. De Voleindigde is een heilige, een volledig ontwaakte. Leent mij jullie oor. Het doodloze is gevonden! Ik zal jullie onderrichten, ik zal jullie de Dhamma onderwijzen. Als jullie zo oefenen als ik jullie onderricht, zullen jullie al na korte tijd dat onovertroffen einddoel van het heilige leven, waarvoor zonen van goede familie terecht de thuisloosheid intrekken, al in dit leven door eigen inzicht en realisatie blijvend bereiken. 

(VML, deel 1, 32/33

 Zo, monniken, zocht ik - zelf onderworpen aan geboorte, het nadeel ziende in dat wat onderworpen is aan geboorte - het ongeborene, de onovertroffen rust-na-inspanning, het nirvana en bereikte het; zelf onderworpen aan ouderdom, het nadeel ziende in dat wat onderworpen is aan ouderdom, zocht ik dat wat niet veroudert, de onovertroffen rust-na-inspanning, het nirvana en bereikte het; zelf onderworpen aan ziekte, het nadeel ziende in dat wat onderworpen is aan ziekte, zocht ik dat wat vrij is van ziekte, de onovertroffen rust-na-inspanning, het nirvana en bereikte het; zelf onderworpen aan de dood, het nadeel ziende in dat wat onderworpen is aan de dood, zocht ik het doodloze, de onovertroffen rust-na-inspanning, het nirvana en bereikte het; zelf onderworpen aan verdriet, het nadeel ziende in dat wat onderworpen is aan verdriet, zocht ik dat wat vrij is van verdriet, de onovertroffen rust-na-inspanning, het nirvana en bereikte het; zelf onderworpen aan bezoedelende affecten, het nadeel ziende in dat wat onderworpen is aan bezoedelende affecten, zocht ik naardat wat vrij is van bezoedelende affecten, de onovertroffen rust-na-inspanning, het nirvana en bereikte het. En kennend schouwen rees in mij op: ‘Onwankelbaar is mijn bevrijding. Dit is mijn laatste geboorte. Nu is er geen wedergeboorte meer!’ (VML, deel 1, 288/289).

Wie de Dhamma onderwijst, is de gever van het doodloze (VTGL, deel 3, 86)

Als hij niet spreekt, herkennen ze

De wijze niet te midden van de dwazen.

Maar ze herkennen hem als hij spreekt,

Als hij wijst op de doodloze sfeer.

(VTGL, deel 2, 332)

 

Wie geen hechtingen meer heeft,

Door kennis vrij is van twijfel,

De diepte van het doodloze heeft bereikt –

Hem noem ik een brahman.

(VKT, deel 1,153)

 

Telkens wanneer hij het komen en gaan

Van de geledingen grondig doorschouwt,

Geraakt hij in vreugde en verrukking.

Dat is het doodloze voor de kenners.

(VKT, deel 1, 329)

 

Vernietiging [van vergiften], vrijheid van passie,

het verheven doodloze dat de wijze der Sakya's

in concentratie bereikte, die leer kent haar gelijke niet -

dit kostbare juweel schittert in de Dhamma.

Moge deze waarheid strekken tot heil!

(uit het Ratana-Sutta;Snip 225)

Toen dan, monniken, toen ik zo lang als mij behaagde in Uruvela gebleven was, begon ik aan de tocht naar Benares. Tussen de plaats van het ontwaken en Gaya zag de ajïvikaéo Upaka mij, terwijl ik over de hoofdweg ging. Daarop sprak hij tot mij: "Vriend, je hebt een heldere uitstraling, je huidskleur is heel zuiver en puur. Onder wiens leiding ben je weggetrokken? Wie is je leermeester? Wiens leer hang je aan?" Na die woorden richtte ik mij tot hem in verzen:

"Ik ben een overwinnaar van alles, alwetend, 

onder alle dingen niet bezoedeld. 

Ik heb alles opgegeven, ben bevrijd 

door de vernietiging der begeerte.

 

Uit mijzelf tot realisatie gekomen, wie kan ik aanwijzen [als mijn leraar]?

Ik heb geen leraar, iemand als ik is niet te vinden.

In de wereld met zijn goden, bestaat mijns gelijke niet.

Ik ben een heilige in de wereld, een onovertroffen leraar.

Ik alleen ben een volledig ontwaakte.

Koel geworden ben ik, uitgedoofd.

Om het rad van de Dhamma in beweging te zetten

begeef ik mij naar de stad van Kasi.

In een wereld die met blindheid geslagen is,

zal ik de trommel van de doodloosheid roeren."

"Zo te horen, vriend, moet je een Aloverwinnaar zijn!"

"De overwinnaars zijn degenen zoals ik, die vernietiging van de mentale vergiften bereikten. Ik heb de slechte dingen in mij overwonnen. Daarom, Upaka, ben ik een overwinnaar."

Na die woorden, monniken, zei de ajïvika Upaka: "Moge het zo zijn, vriend!" En hoofdschuddend sloeg hij een zijweg in en verwijderde zich.