›› Zen

De Dharma Brieven van Dahui Zonggao

Dahui
                                             大慧宗杲 Dahui Zonggao (1089–1163)

 

[Bron: The letters of Chan Master Dahui Pujue, translated by Jeffrey L. Broughton with Elise Yoko Watanabe, Oxford University Press, 2017] Vertaling NT

Dahui’s vocabulaire

huatou: ‘doende gongfu’, ‘op deze manier’

  1. zich verzamelen in het bewustzijn, doen oprijzen in het bewustzijn, het oog gericht houden op
  2. activeren, verzamelen, zich verenigen, oproepen, bijeenrapen
  3. het oog houden op, zorgvuldig waarnemen, bewaken

twee huatou’s: wu en droge poep

constant, altijd, 24 uur per dag

in alle vier posities

doen te midden van alledaagse activiteiten terwijl men antwoordt op de omstandigheden, te midden van de stilte en te midden van lawaai is dit

het enige dat belang inboezemt.

Negen motieven:

  1. Je moet het zelf doen, niemand anders kan dit voor je doen.
  2. Je moet een enkele sensatie van onzekerheid genereren: aarzeling, twijfel, talmen, wantrouwen, onbehagen, gevoel van gevangen genomen zijn, zelfs bedreiging en angst dat zich ontwikkelt op de route van alledag. De beoefenaar moet zich met al deze tienduizenden omstandigheden van onzekerheid mengen, zich verenigen tot een grote sensatie van onzekerheid en vrijheidsberoving van onzekerheid over de huatou en alleen over de huatou.
  3. Je moet een houding aannemen van kalmte, op je gemak zijn, rustig, ongehaast.
  4. Je moet noch gespannen zijn, niet in haast, noch lui. `Haast leidt tot rusteloosheid, luiheid/traagheid leidt tot dofheid of donker krimpen.
  5. Besparen op het verbruik van gongfu- is het winnen van ontwakende energie. Twee typen van sparen van energie: a. (voor beginners) door het ophouden de Weg via het intellect te willen begrijpen; b. (voor gevorderden) het doen rijpen, als het rijpe gebied toeneemt, neem het onrijpe gebied af
  6. Eventueel zal je opmerken dat de huatou smakeloos wordt; dit is een goede staat van zijn, het is ook de tijd om meer inspanning te verrichten.
  7. Je moet stevig volhouden en doorgaan met de huatou, ongeacht wat.
  8. Je moet de huatou doorbreken of passeren – dan hoeft je niemand meer iets te vragen en weet je het voor jezelf.
  9. Je moet de geest van samsara tot gruzelementen verbrijzelen. Dit is de sine qua non van de beoefening in de brieven van Dahui

Brief van vice minister Ceng Kai aan Dahui

Enige tijd geleden toen ik in Changsha was, ontving ik een brief van uw leraar oud meester Yuanwu. Hij prees U want hij zei dat hoewel U tamelijk laat leerling werd, uw leerresultaten schitterend waren. Dankzij Yuanwu’s brief heb ik vaak aan U gedacht, al zo’n acht jaar. Ik heb het altijd betreurd dat ik nooit in staat geweest ben persoonlijk ook maar klein deel van uw onderricht te horen. Ik kon slechts op een afstand U begerig bewonderen.

In mijn jonge jaren toonde ik het verlangen naar ontwaken, deed praktisch onderzoek met leraren en klopte ik op hun deuren met betrekking tot deze zaak. Na mijn intrede in de volwassenheid op mijn twintigste jaar werd mijn toepassing van gongfu wegens de eisen van familie en officiële carrière niet langer onverdund. Dezelfde oude routine volgde ik tot op heden. Ik ben oud geworden en nog steeds heb ik uw onderricht niet uit de eerste hand gehoord. Ik schaam mij daar voortdurend over.

Toch komen mijn besluit en verlangen niet van een oppervlakkig niveau van verstaan. Ik denk dat als ik niet ontwaak, dat dit het einde is, als ik wel ontwaak, [ik in dat geval een lager niveau van verstaan moet accepteren als voldoende] – dan moet ik direct de persoonlijke realisatie van de ouden doorgronden, dat wil zeggen, de fase van het stoppen-om-te-rusten. Hoewel mijn geest nooit krom of week is, zelfs niet voor een ogenblik, ben ik mij bewust dat mijn gongfu niet zonder uitzondering zuiver is geweest. Men zou kunnen zeggen dat mijn intenties groot zijn, maar mijn kracht van geringe afmeting.

In het verleden deed ik moeite de oude meester Yuanwu te bezoeken en hij onderrichte mij met zijn Dharma lessen in de zes secties. Aan het begin van een van zijn toespraken toonde hij direct deze zaak. Op het einde van een andere toespraak vertelde Yuanwu de verhalen van de twee oude standaards, Yunmen’s Mt Sumeru en Joshu’s leg het neer en zei: ‘Doe voor het verstand saaie gongfu en breng voortdurend [de huatou] tot bewustzijn en na een tijd zal je zeker een ervaring van ontwaken hebben.’ Zo was zijn grootmoederlijke beminnelijkheid; maar ik miste zozeer de scherpte en ik zat zo vast dat er niets gedaan kon worden.

Nu gelukkig mijn private familieverplichtingen tot een einde zijn gekomen, heb ik alle tijd en zijn er geen ander drukkende zaken. Nu is het de juiste tijd om mijzelf met klem onder druk te zetten om mijn allereerste ambitie te vervullen. Mijn enige spijt is dat ik niet in staat geweest ben uw persoonlijke instructie te ontvangen.

De vergissing van mijn gehele leven heb ik reeds geheel en al getoond. U zal zeker in staat zijn deze geest te doorzien en ik hoop dat U mij de weldaad van uw aansporingen geeft. Hoe zou ik gongfu kunnen doen te midden van de dagelijkse activiteit? Ik bid dat ik niet zal waden door zijwegen, maar rechtstreeks de oorspronkelijke grond zal doorkruisen.

Door zo te spreken heb ik meer dan een paar vergissingen begaan. Ik zend U alleen oprechtheid – ik heb voor U niets verborgen gehouden. Ik sluit  met de diepste buiging.

Uit de brieven van Dahui Pujue

De bodem van de zwartgelakte emmer van onwetendheid valt weg

En de grote aarde is uitgebreid;

Het lichaam-geest continuüm in samsara is onverbiddelijk

En de emerald groene vijver is doorschijnend.

Neem alleen een sneeuwvlok (wu) die neergedaald is op de rode hete haard

En verlies het in de wereld als een vlammende fakkel die de nacht verlicht.

Deze ziekte [iets moeten bereiken] is niet alleen maar die van bijzonder bekwame en deugdzame leden van de officiële onderwijzersklasse, chan monniken met een lange training lopen haar ook op. De meesten zijn niet bereid ‘een stap terug te zetten’ [d.i. voorbij te gaan aan het najagen van intellectuele kennis en in plaats daarvan uit te zoeken waar de intellectuele kennis vandaan komt] en gongfu te doen in termen van het sparen van de energiebesteding. Met hun schrandere intellect berekenen en verwikkelen zij zich alleen maar in mentale reflectie, jachtend en jagend zoeken zij het buiten zichzelf. Zelfs als het hen– buiten het schrandere intellect, de mentale reflectie en berekening – toevalt, dat een goede leraar hen ‘het veevoer voor de oorspronkelijke toekenning’ in de privé ontmoeting toont [ d.i. de stok, de schreeuw, verbaal onderricht enzovoort], eindigen de meeste van hen foutief te denken dat de oude eerbiedwaardigen een werkelijke dharma hebben om aan de mensen te geven, zoals Zhaozhou’s  leg het neer en Yunmen’s  Berg Sumeru. Yantou zei: ‘Dingen lozen is hoog, het najagen van dingen is laag.’ Hij zei ook: ‘De essentiële richtlijn van Chan is dat je vertrouwd moet zijn met de frase [d.i. de huatou]. Wat is deze frase? Wanneer je totaal aan niets denkt, dat heet de correcte frase [d.i. de correct hautou beoefening]. Het wordt ook genoemd wonen op het hoogtepunt. Het wordt ook genoemd verblijven. Of het wordt genoemd helder. Of wijds ontwaken. Of het op-die-manier moment.

Door middel van dat-op-die-manier moment vernietigt men eensgezind alle affirmatie/negatie. Maar zodra je gefixeerd raakt op deze manier [dit is niet langer denken aan helemaal niets] is het onmiddellijk niet op die manier. Elke affirmatie van de frase of negatie van de frase moet afgeschoren worden. [De volmaaktheid van prajna] is als een vuurbal – als het je raakt, zal je verbranden. Er is geen manier om het te benaderen. (61 - 63)

 

Oude Pang zei:’ Alleen maar beloven het bestaan te ledigen. Maak van het niet-bestaande geen ding. Als je ontwaakt tot deze twee frasen {d.i. hautous], een levenslange training is beëindigd. (70)

 

Heden ten dage is er een type kaalgeschoren monnik die, hoewel hij zijn eigen ogen nog niet verhelderd heeft, mensen eenvoudig leert-te-stoppen-en-te-rusten. Op dezelfde wijze waarop het [mythische] gedan-beest voor dood te liggen.  Als je dit soort stoppen-en-rusten beoefent, zal je bij de tijd dat een duizend boeddhas in deze wereld zijn verschenen, nog steeds niet in staat zijn te stoppen of te rusten.  Je zal je geest alleen maar meer ontvankelijk gemaakt hebben voor een misleidend tobben. Zij leren mensen ook in de loop van het tegenkomen van objecten ‘hun geest te omgorden’ en misleidende gedachte te onderdrukken [in] stilte-als-illuminatie’. Altijd weer stilte-als illuminatie, altijd weer het omgorden van de geest, dit vergroot misleidende zorgen oneindig.  [Deze perverse leraren] interpreteren de upayas van de patriarchale meesters verkeerd en geven mensen een dwaze instructie, doen hen hun hele leven met opzet verspillen en eindigen op hun oude dag zonder iets voor te stellen. En vervolgens leren zij mensen geen aandacht te schenken aan welke zaak dan ook [wereldse en boven wereldse]! [Zij leren:] ‘Louter op die manier te stoppen en steeds maar weer doorgaan met stoppen opdat misleidende gedachten maar niet ontstaan. Op dat moment [wanneer niet langer misleidende gedachten ontstaan,] is het geen donkere onwetendheid. Het is de [heldere en verlichtende] staat van ontwaken.’  Dit soort [perverse leraar] is een vergif dat het gezichtsvermogen van mensen verblindt. Dit is geen kleine zaak! (70/72)

Gewoonlijk, wanneer ik deze troep zie, bedien ik hen niet met de gewone, beleefde formaliteiten. Aan gezien zij geen helder oog hebben, citeren zij alleen maar uit boeken en volgen zij hun model van onderricht – maar hoe kunnen boeken iets leren? Als je vertrouwen stelt in dit soort [perverse leraren], zal je nooit in staat zijn Chan te beoefenen. Het is niet zo dat ik gewoonlijk mensen niet leert om gongfu te doen door te gaan zitten op een stille plek. Zitten is simpelweg een voorbeeld van het geven van een medicijn overeenkomstig hun ziekte. In feite mijn [beoefening van zitten] heeft niets van doen met dat ‘omgorden van de geest’ of dat ‘stoppen om te rusten’ formulering. Dit voor jou ter kennisneming: De eminente leraar Huangbo zei: ‘Deze Chan lijn van ons, die overgeleverd is sinds oude tijden heeft nooit mensen geleerd te zoeken naar intellectuele kennis. De frase het bestuderen van de Weg is reeds een upaya om mensen ernaar toe te trekken. Maar de Weg kan niet bestudeerd worden. Integendeel, als je beoogt de Weg te bestuderen, dwaal je van de Weg af. De Weg die geen oriëntatie heeft, wordt genoemd de Mahayana geest. Deze geest is niet buiten, niet binnen, of ergens daartussen. In werkelijkheid heeft zij geen oriëntatie. Je moet absoluut geen intellectueel begrip produceren – dat is alleen maar spreken van de Weg vanuit je huidige, subjectieve standaard. Als je subjectieve standaard zou verdwijnen, zou je geest geen oriëntatie hebben. De Weg, de hemels werkelijke, heeft nooit een naam gehad. Mensen van de wereld kunnen hem niet hun misleidende, subjectieve hanteren van binnenuit en daarom verschijnen de boeddhas en tonen deze zaak.  Uit vrees dat je niet zou ontwaken construeren zij de term ‘Weg’. Je moet geen enkel niveau van begrijpen produceren, dat vasthoudt aan wat slechts nominaal bestaat. (72/73)

Chan ziekte nr. 1) Sommigen leren ‘de geest te omgorden’ en dit brengt een lager niveau van begrijpen voort, dat resulteert in een lager niveau van begrijpen, dat simpelweg een spiegelachtige reflectie in stand houdt van wat vóór mij ligt.

(Chan ziekte nr.2) Sommigen leren mensen met geweld te doen aan stoppen-om-te-rusten [= stilte als verlichting]. En dit brengt een lager niveau van begrijpen voort, dat blijft staan bij de lege rust van onderdrukt misleidend denken.

Chanziekte nr.3) Sommigen leren: ‘Door middel van stoppen een staat van niet-bewustzijn en niet-weten te bereiken, waarin men is als aarde, hout, tegels en steen; op zulke momenten is dit geen donker niet-weten, [maar een heldere en stralende staat van ontwaken]. Ook dit verschaft een lager niveau van verstaan, dat abusievelijk werkelijkheid toeschrijft aan upayas, welke niet meer zijn dan linguïstische conventies om los te laten.

(Chan ziekte nr.4) Sommigen leren mensen alle condities te aanvaarden en doen een achterwaartse verlichting, [zeggende:] ‘Sta geen ontluiken van slecht bewustzijn toe.’  Dit geeft slechts een lager verstaan dat foutief werkelijkheid toeschrijft aan de misleiding van het verweerde doodshoofd.

(Chan ziekte nr.5) Sommigen leren mensen louter dapper te zijn en ongeremd, om zichzelf de vrije teugel te geven, [zeggende] ‘Geef geen aandacht aan welke beweging van het denken dan ook. Gedachten ontstaan en gedachten verdwijnen, zonder ooit enige substantie te hebben. Als je ze grijpt als reëel, dan zal de geest van samsara oprijzen.’ Ook dit geeft slechts een lager niveau van verstaan dat blijft steken bij een natuurlijkheid als de uiteindelijke dharma.

Deze ziekten, hierboven uiteengezet zijn niet de fouten van de studenten van de Weg. Allen ontstaan alleen maar dankzij de foutieve instructie van blinde meesters. (74/75)

De verwarrende bezoedelingen van de wereld zijn als vurige vlammen. Wanneer bereiken zij een einde?  Juist te midden van het lawaai moet je de zaak van [de stilte van] de bamboestoel en het zitkussen niet vergeten. In het verleden toen je de geest in de staat van stilte over alles vasthield [door het beoefenen van zitten, zou dat precies geweest moeten zijn met als doel het gebruik te midden van lawaai. Als U daarvan geen energie hebt verkregen te midden van het lawaai, dan is dat hetzelfde als het niet hebben gedaan van gongfu te midden van de stilte. Uit Uw brief begreep ik dat u ervan uitgaat dat karmische condities uit uw vorige levens zich met je hebben vermengd. En zo betreurt u nu deze karmische vergelding. Ik ben het niet eens met deze beoordeling. Wanneer U deze gedachte activeert [dat je U midden van de bezoedelingen niet in staat bent om zuiver gongfu te doen] dan wordt dit een obstakel op de Weg. Een oude eerbiedwaardige zei: Wanneer je, de stroom van samsara volgt, en je herkent je oorspronkelijke natuur, dan is er noch vreugde noch verdriet. De Vimalakirti Sutra zegt: ‘Het is te vergelijken met het feit dat een droog land van een hoge vlakte geen lotusbloemen voortbrengt, maar de modder van de lage natte landen deze bloem wel produceert.’ De oude Barbaar [de Boeddha] zei: ‘Zoheid heeft geen gefixeerde zelfnatuur; hij volgt de condities en brengt alle dharmas tot voltooiing.’ [De Boeddha zei ook]: De oorspronkelijke natuur beweegt in antwoord op de condities en doordringt deze overal, maar zij is altijd te vinden op deze stoel van ontwaken.’  Zouden al deze citaten de mensen bedriegen?  Als men de staat van stilte als correct aanneemt en de staat van lawaai als verkeerd, wordt dit een ontkenning van de ‘wereldse’ kenmerken in een zoektocht naar de ‘werkelijkheid’, typisch een verlaten van het ontstaan-en-vergaan van samsara in het zoeken naar rust. Wanneer U van stilte houdt en lawaai verafschuwt, dan is dat juist de tijd voor het toepassen van de gongfu energie. Plotseling zal U samenvallen met en doen kantelen van de stilte tijd als de staat van zijn: deze energie overtreft die van [het zitten op] de bamboestoel en het zitten op het kussen en wel tienduizend keer. Asjeblieft luister: ik ben u hier echt niet aan het misleiden. (77-79)

In Uw brief heeft U mij verteld dat U gedurende de nacht droomde, dat U wierook offerde en mijn kamer binnenging op een uiterst kalme en rustige manier. Dit moet je absoluut niet als een droom verstaan. U moet zich realiseren dat U werkelijk de kamer betrad. Ik leg ten behoeve van Uw onderzoek deze passage uit de Prajnaparamita Sutra voor: “Sariputra vroeg Subuti: ‘Is spreken van de zes paramitas in een droom hetzelfde als over hen spreken als men wakker is?’   Subhuti zei: ‘Deze kwestie is diep en dus kan ik hem niet beantwoorden. In deze bijeenkomst is Maitreya bodhisattva aanwezig. Ga en vraag hem.’ Tsk! Wat een flater.  Xuedou becommentarieerde deze passage met: ‘Als in die tijd [Saraputra] dit niet had laten gaan en direct die enkele steek had weggeven – Wie noemt Maitreya? En alleen maar wie is Maitreya? Hij zou onmiddellijk hebben ervaren dat het ijs smelt en de tegels uit elkaar vallen! Tsk! Nu valt Xuedou ook onderuit. Veronderstel dat iemand zou vragen: ‘Laten we zeggen dat Edict. Attendant Ceng vertelde dat hij ’s nachts droomde dat hij Dahui’s kamer binnenging – nu, zeg me, is dat hetzelfde als hij dit deed in een wakkere staat? Ik zou onmiddellijk tot hem zeggen: ‘Wie is het die de kamer binnengaat? Wie is degene die getuige is van degene die de kamer betreedt? Wie is degene die droomt en wie is degene die de gebeurtenissen van de droom vertelt? Wie is degene die dit niet als een droom verstaat en wie is degene die daadwerkelijk de kamer betreedt? Alweer een glijpartij! (82/83)

Uw brief heeft mij geïnformeerd omtrent het volgende:

Sinds ik aangekomen bent in de stad (Quanzhou) doe ik bij het aantrekken van mijn kleren, bij het gezelschap houden van mijn kinderen en kleinkinderen bij al die zake, doe ik wat ik deed hiervoor. Ik heb elk gevoel verloren van gevangen te zitten [in al deze activiteiten van het dagelijks leven] en toch ben ik er niet toegekomen deze winnende energie als bijzonder te beschouwen of in een bepaalde zin opmerkelijk.  Mijn gewoonte energieën uit verleden geboortes en obstakels [dankzij mijn karma] hebben geleidelijk het voorbije verleden verlicht.

Ik lees deze woorden van U herhaaldelijk hardop en ik was gelukkig - tot een opvallend punt. Dit is precies waaruit blijkt dat U de Boeddhadharma bestudeerd hebt. Veronderstel dat U geen groot persoon van buitengewone capaciteit was, die alle dingen heeft begrepen in ‘de enkele lach’, dan zou U niet in staat zijn te begrijpen dat ons Chan huis in feite een onoverdraagbaar doel heeft. Ware dit niet zo, U zou nooit, van alle eeuwigheid, in staat geweest zijn Uw tweevoudig woord van dharma onderricht van twijfel en woede te vernietigen, dat U vroeger uitdrukte bij mijn aanval van het perverse ‘stilte-als-verlichting’ van de Chan leraren waarop U vertrouwen had. Zelfs als de grote hemel mijn mondstuk was geworden en het gras, de bomen, tegels en stenen lichtstralen van wijsheid hadden uitgezonden om mij te helpen de principes van stilte-als-verlichting uit te leggen, niets zou gewerkt kunnen hebben. Ik geloof dat deze zaak niet overgedragen kan worden en niet geleerd kan worden. U moet het zelf realiseren, ontwaken tot uw eigen zelf, het zelf bevestigen, zelf stoppen-om-te-rusten en dan zal U voor de eerste keer gaan tot het einde van de dingen. Prompt ‘met een enkele lach’ doofde U uit iets verkregen te hebben. Wat is er voorbij dit nog te zeggen? De oude meester met het gouden gelaat [Shakyamuni] zei: ‘Bemachtig niet alle geconditioneerde, onwerkelijke dingen, die door mensen uitgesproken worden. Hoewel je niet vertrouwt op het pad van verbaliseren, wees niet gehecht aan het non-verbale. Of zoals Uw brief zegt: Ik heb elk gevoel verloren van gevangen te zitten [in al deze activiteiten van het dagelijks leven] en toch ben ik er niet toegekomen deze winnende energie als bijzonder te beschouwen of in een bepaalde zin opmerkelijk.  Dit gaat ongeveer samen met wat de meester met het gouden gelaat zei. Wat overeenstemt met deze woorden wordt genoemd een boeddhawoord. Wat afwijkt van deze woorden wordt genoemd een woord van Mara, De Kwade. In het verleden heb ik een grote gelofte afgelegd. Ik zou eerder mijn lichaam verwisselen met dat van alle levende wezens en het lijden in de hel ondergaan, dan ooit met mijn woorden de boeddhadharma te compromitteren [door te buigen voor de aangepaste gewoonte etiquette en in het proces iedereen te verblinden [d.i. wat ik zeg tegen U is niet een geval om te buigen voor het aanpassen van Uw gevoelens]. (88-90)

U hebt reeds met ‘de enkele lach’ het ware oog geopend en de staat van zijn [van het gewone, persoonlijke gebied – ongeluk-geluk, ziekte-gezondheid enzovoort] is ineens verdwenen. Het winnen van [ontwakende] energie of het niet verkrijgen van [ontwakende] energie - de persoon die water drinkt weet voor zichzelf of het warm of koud is. Aldus moet U te midden van de dagelijkse activiteiten vertrouwen op de woorden van de meester met het gouden gelaat: ‘Schrap de hoofdsubstantie [zoals begeerte, woede en domheid]. Elimineer de behulpzame oorzaken [zoals de vijf verboden pikante gerechten] en gaat tegen het karma in het heden [zoals doden, stelen en bandeloosheid].’ Deze [graduele] praktijk is het ware upaya van de ontwaakte te midden van geen upaya, de ware praktijk en realisatie te midden van geen praktijk en geen realisatie, werkelijk grijpen en verwerpen te midden van niet grijpen en biet verwerpen. Een oude zei: ‘Wanneer de huid volledig loskomt, blijft slechts de ene ware vrucht/werkelijkheid over.’ Als de vele takken van de sandelboom volledig loskomt, is er alleen nog sandelhout. Dit is de hoogste bedoeling van het in te gaan tegen je karma in het heden, van het elimineren van de behulpzame oorzaken en het schrappen van de hoofdsubstantie [van de bezoedelingen]. Geef het een kans.  (97/98)

Een oude zei: ‘Dichtbij een goed persoon zijn is als lopen in de mist. Ofschoon je kleren nooit kletsnat worden, van tijd tot tijd worden zij vochtig’ (100)

De ‘kennis’ die de Weg ‘geblokkeerd’ heeft voor U – dit is precies dit zoeken naar ontwaken. Welke andere ‘kennis’ zou er kunnen zijn die dient als een ‘blokkade’? Uiteindelijk, wat noem U ‘kennis’? Waar komt deze ‘kennis’ vandaan? En wie is ‘geblokkeerd’ geraakt?’ Deze enkele regel van U [d.i. in mijn latere jaren heb ik geen enkele ervaring van ontwaken gehad] herbergt drie omgekeerde gezichtspunten: 1. Zelf zegt U dat U geblokkeerd bent door kennis [d.i} U hebt zelf de kennis gecreëerd waardoor U geblokkeerd bent]. 2. Zelf zeg je dat je niet ontwaakt ben en dat je dus tevreden bent met een misleide persoon te zijn [d.i. U houdt uzelf vast om te blijven steken in niet-ontwaken]. 3. Daarboven op neemt U te midden van misleiding een houding aan van wachten op ontwaken [d.i. U hebt voor uzelf de misleiding gecreëerd, maar zelf wacht U op ontwaken]. Deze drie omgekeerde gezichtspunten zijn de basis van Samsara. U moet absoluut de staat bereiken waarin geen enkele gedachte ontstaat. De geest van omgekeerde gezichtspunten zal opgeheven worden en dan zal je erachter komen, dat er geen misleiding is om vernietigd te worden, geen ontwaken om op te wachten en geen kennis om erdoor geblokkeerd te raken. De persoon die water drinkt, weet voor zichzelf of het warm of koud is. Na een lange tijd zal U deze [geblokkeerd door kennis] wijze van kijken naar de dingen niet meer voortbrengen. Met betrekking tot de geest die het vermogen heeft dit is ‘kennis’ te kennen – zie of het geblokkeerd kan worden; met betrekking tot de geest die het vermogen heeft dit is ‘kennis’ te kennen – zijn er verschillende soorten [van geest, d.i. er is meer dan één geest]. (103/109)

Degene van grote wijsheid sinds oude tijden hebben ‘kennis’ genomen als hun gezel. Zij nemen ‘kennis’ als een upaya. Door gebruik te maken van ‘kennis’ schenken zij een onpartijdige compassie en door gebruik te maken van die ‘kennis’ verrichten zij boeddha daden. Zij zijn als de draak die de woning van zijn wateren heeft bereikt en de tijger die thuis is in de bergen [di. gestabiliseerd in het oorspronkelijke toegewezen deel]. Zij nemen deze ‘kennis’ nooit als een bron van zorg – dit komt omdat zij in staat zijn de plaats te weten waarvan deze ‘kennis’ ontstaat. Zodra men de plaats kent waarvan zij ontstaat, wordt deze kennis de vindplaats van bevrijding [d.i. de plaats van het ontwaken van Boeddha onder de boom], de plaats waar je ontsnapt aan Samsara. Aangezien dit de vindplaats van bevrijding is, de plaats waar aan Samsara ontsnapt, is elk weten of begrijpen als een ding-in-zichzelf uitgedoofd. Aangezien kennen of begrijpen zijn uitgedoofd, kan degene die kennis kent niet uitgedoofd worden. Ontwaken, nirwana, zoheid, boeddhanatuur kunnen niet uitgedoofd worden. Voorbij dit, waardoor kan U ‘geblokkeerd’ worden en voorbij dit, waar wilt U ‘ontwaken’ zoeken? De oude Shakyamuni zegt: ‘Karma rijst op uit de geest. Daarom wordt er gezegd die geest is als een illusie. Als je breekt met deze valse onderscheidingen, zullen alle paden van wedergeboorte verdwijnen.’ Een monnik vroeg aan grootmeester Dazhu: ‘Wat voor een soort ding is groot nirwana?’ Dazhu zei: ‘Geen karma van samsara creëren is groot nirwana. De monnik vroeg`: ‘Wat voor soort ding is het karma van samsara?’ Dazhu zei: ‘Zoeken naar groot nirwana is het karma van samsara.’ Een oude zei ook: ‘Als een student van de Weg ook maar een enkele gedachte berekent, [dit is] samsara. Hij vervalt tot de weg van Mara. Het produceren van ook maar een enkel gedachtemoment, maakt je tot een buitenstaander van de Weg. Ook Vimalakirti zei: ‘De Maras hebben vreugde in samsara, maar de bodhisattvas die in het midden van samsara leven, verwerpen het niet. De volgelingen van de wegen van de buitenstaanders beleven genoegen in de diverse gezichtspunten, maar bodhisattvas, die zich bevinden te midden van de gezichtspunten, worden door hen niet bewogen. Dit zijn precies de modellen van ’kennis tot je nemen als een gezel, kennisnemen als upaya, gebruik maken van kennis om onpartijdige compassie schenken en gebruik maken van kennis om boeddha daden te verrichten.’ En dit, omdat zij [d.i.de bodhisattvas] zich realiseren dat de drie onberekenbare aeonen [van het bodhisattva pad] leeg zijn en dat samsara en nirwana altijd stil zijn. (104/105)

Dahui
                                                             Dahui Zomggao

Als U het directe-snelle pad tot verstaan wilt nemen, moet U de explosieve verplettering van deze ene gedachte verkrijgen – dan zal U samsara ten einde brengen. Dit wordt genoemd ‘ontwaken’. Maar U moet absoluut niet uw geest vasthouden in een staat van wachten op deze verbrijzeling. Als U de geest vasthoudt is dat een staat van wachten op deze vergruizing, dan zal de tijd van versplintering in een eeuwigheid van aeonen nooit komen.  Neem de geest van foutieve gedachten en omgekeerde gezichtspunten, de geest van reflectie en discriminatie, de geest die het leven liefheeft en de dood haat, de geest die weet en ziet en verstaat, de geest die vreugde beleeft in de stilte en een afkeer heeft van lawaai, neem dit alles en legt dit in één klap terzijde. Precies in de staat waarin je alles ter zijde hebt gelegd, houd de huatou in het oog. Een monnik vroeg Zhaozhou: ‘Heeft een hond boeddhanatuur?’ Zhou zei: ‘Wu’. Dit ene woord [wu] is een wapen om een hoeveelheid slecht weten en slechts bewustzijn te temperen.

Je moet geen begrijpen van wu voortbrengen [als de wu van de polariteit er is jij en er is geen [wu].

Je moet geen begrip [van wu] voortbrengen op basis van redenering.

Je moet gedurende de werkzaamheid van het zintuiglijke orgaan van de geest je niet bezighouden met reflectie en gissingen [betreffende wu].

Je moet niet gedurende [handelingen zoals] het optrekken van de wenkbrauwen en het knipperen met de ogen de geest van berekening toestaan op een enkel punt [zoals wu] te stoppen.

Je moet geen levensstijl uit het woord [wu] halen.

Je moet ook niet beperkt blijven tot een klein verborgen kastje van niets-te-doen.

Je moet niet, terwijl je [wu] opwerpt, het begrijpen en het je eigen maken.

Je moet geen teksten citeren als bewijs van [wu].

Alleen maar 24 uren per dag, bij alle vier posities [d.i. lopen, staan, zitten en liggen] U voortdurend bezighouden met de huatou in het bewustzijn te brengen, voortdurend de huatou in het bewustzijn te doen oplichten: heeft zelfs een hond boeddhanatuur? Nee [wu]. Zonder U aan de dagelijkse activiteiten te onttrekken, probeer gongfu op deze manier te doen. In korte tijd zal U voor uzelf begrijpen.

In Uw brief vertelde U mij dat ‘voor een beginner een beetje zitten gongfu, in zichzelf, een goede zaak is. Ook schrijft U in uw brief: ‘Zelf zou ik nooit op onjuiste wijze het stilte [über alles] standpunt durven uiteen te zetten.’ [Degelijke woorden roepen in mijn geest] de woorden op van de Meester met het gouden gelaat: ‘Het lijkt op iemand die zijn oren dicht stopt, vervolgens heel hard schreeuwt, in de hoop dat niemand het hort.’ Echt, U creëert uw eigen problemen. Als de geest van samsara nog niet verbrijzeld is, dan bent U gedurende de 24 uren van dagelijkse activiteiten als een ‘dood persoon die onbewust en onwetend voort kwakkelt’. Bovendien, hebt U feitelijk de vrije tijd om die te verspillen met stilte versus lawaai? In de bijeenkomst bij het uiteindelijke nirwana van de Boeddha legde Breed-voorhoofdige Slager zijn slagersmes neer en werd onmiddellijk een boeddha. Dat kwam niet van gongfu te midden van stilte [d.i. stilte-zitten] En was hij geen beginner? Wanneer U dit leest, zal U zeker denken dat dit niet zo is. U zal wellicht het excuus maken dat hij [de Breed-voorhoofdige Slager] de magische creatie was van een oude Boeddha. En dat mensen van vandaag deze kracht niet hebben. Als U er een dergelijk gezichtspunt erop nahoudt, dan hebt U geen vertrouwen [dat uw geest begiftigd is met] de uitmuntendheid [van de ontwakende natuur die opeens in een ogenblik volledig is] en bent U tevreden een inferieur persoon te zijn. In deze Chan poort van ons doet het er niet toe of U een beginner bent of een expert of men voor lage tijd geoefend heeft of al vroeg ontwaakt is. Als U werkelijke stilte wilt, dan is verbrijzeling van de geest van samsara noodzakelijk. Zelfs zonder gongfu te doen, zal als de geest van samsara is verbrijzeld, stilte ontstaan op zijn eigen wijze. De stilte upaya [d.i. de praktijk van zitten] waarvan de vroegere edelachtbaren spraken is er alleen voor dit [d.i. het verbrijzelen van de geest van samsara]. Maar het is waar dat in deze ‘latere tijd’ [d.i. na het uiteindelijke nirwana van de Boeddha], de partij van perverse leraren de aansporingen van de vroegere edelachtbaren om te zitten niet begrijpen dat zij spraken van upaya. (113/114)

Uw brieft vertelt mij dat ‘U aandacht wil geven aan deze grote zaak, maar dat Uw dispositie extreem saai en sloom is’.  Als dat feitelijk het geval was, dan zou ik U moeten gelukwensen. De reden waarom heden ten dage de meeste leden van de officiële leraren klasse niet in staat zijn deze zaak te begrijpen en beslist bevrijding

te bereiken, is simpelweg dat hun dispositie intellectueel te scherp en hun kennis te excessief is. Zodra zij zien dat de Chan meester zijn mond opent en zijn tong begint te bewegen, komen zij tot een overhaast begrijpen. Daarom, als iets, dan is dit inferieur voor de saai en slome persoon, die vrij van een hoeveelheid perverse kennis en pervers bewustzijn, op een onstuimige wijze zonder verwachtingen te pletter slaat tegen elke vaardige methode en elk gebaar, elk woord elke frase [d.i. elk upaya van de leraar]. Zelfs als de Grote Leraar Bodhidharma moest verschijnen en al zijn honderd magische kracht gebruiken [om het niveau van verstaan van de saai en slome persoon te prijzen], de reden waarom Bodhidharma niet in staat zou zijn iets van hem te maken is precies omdat [de saai en slome persoon] vrij is van obstructie door intellectualiteit. Mensen met scherpzinnige vermogens, die gehinderd worden door hun scherpe vermogens zijn, integendeel, niet in staat tot: ‘BANG! – stuk!’ Hoewel zij zelfs op basis van hun schranderheid en intellectuele bekwaamheid imiteren, wat de zaak van het zelf en het oorspronkelijke toegewezen deel betreft, falen zij ontwakende energie te winnen. (120)

Uw brief vertelt mij de gehele geschiedenis tot in detail. [Uw brief citeert wat] de Boeddha zei: ‘Alles wat geest heeft kan een boeddha worden.’  Deze geest is niet de geest van de wereldse zorgen en het imaginaire denken. Hij verwijst naar de geest die het onovertroffen, grote ontwaken voortbrengt [d.i. de bodhicitta of verlangen naar ontwaken].  Als er deze [aspiratie tot ontwaken] geest is, dan is er geen wezen dat niet een boeddha zal worden. Van de leden van de officiële leraar klasse die de Weg bestuderen creëren de meeste obstakels voor zichzelf, waarvan de reden is dat zij geen krachtdadig vertrouwen hebben [in dit verlangen naar ontwaken]. De Boeddha zei ook: ‘Vertrouwen is de bron van de Weg, de moeder van karmische verdienste. Het voedt alle goede dharmas en snijdt de valstrik van twijfel af en het staat toe de ‘vloed van verlangen’ te verlaten en het toont het onovertroffen pad naar nirwana.’  Ook: ‘Vertrouwen kan de kwaliteit van wijsheid doen toenemen; vertrouwen kan verzekeren dat men het stadium van de tathagata bereikt. (131)

Wereldse bezoedelingen – U neemt er een op en U ontdoet zich van een ander – zij eindeigen nooit. [U zegt tegen uzelf] de reden waarom U te midden van de vier houdingen [van lopen, staan, zitten en liggen] U hen nooit verworpen hebt, is dat U vanaf de beginningsloze tijd een ‘diepe’ karmische connectie met hen heeft, omdat vanaf de beginningsloze tijd U een ‘oppervlakkige’, karmische connectie heeft met prajna-wijsheid. Maar wanneer U ineens de uiteenzetting van een goede leraar hoort, denkt U: ‘Dit is een van die moeilijk-te-verstane zaken!’ [Maar laat me zeggen] Als vanaf de beginningsloze tijd Uw karmische connecties met de bezoedelingen ‘oppervlakkig’ was geweest en de karmische connectie met prajna ‘diep’:  Wat zou er moeilijk voor U zijn om dit te verstaan?  Alles wat U hebt te doen is in de ‘diepe’ staat Uzelf ‘oppervlakkig’ te maken en in de ‘oppervlakkige’ staat U zelf ‘diep’ te maken; in de ‘onrijpe’ staat maak Uzelf tot ‘rijp’ en in de ‘rijpe’ staat maak Uzelf tot ‘onrijp’. Zodra U opmerkt dat U reflecteert over zaken van bezoedeling (zoals diep/oppervlakkig], zonder energie te gebruiken hen weg te dringen, doe – gedurende de staat van reflecteren – slechts een soepele stromende draai om de as van huatou.  U zult sparen op het gebruik van grenzeloze [gongfu] energie en aldus grenzeloze [ontwakende] energie winnen.

Asjeblieft, ga door met het stevig vasthouden van dit. Houd Uw geest niet vast in een staat van wachten op ontwaken, dan zal je plotseling en spontaan voortgaan te ontwaken. (133)

In de afgelopen dagen is het niet heet geweest noch klam. Verheugt U zich over Uw vrije tijd, niet verstrikt en niet verward door mentale inspanning, niet gehinderd [in uw beoefening] door het kwaad van de Maras? Bent U gedurende de vier houdingen van uw dagelijkse activiteiten een enkele zoheid met de huatou ‘hondje heeft geen boeddhanatuur’ [de wu huatou]? Bent U in staat om geen onderscheid te maken tussen de twee uitersten van bewegen en stilstaan? Zijn de toestanden van dromen en wakker zijn verenigd? Zijn principe en verschijnselen vermengd? Zijn geest en zijn zintuiglijke objecten één zoheid? Zoals de oude Pang zei:

Geest is zoheid en zintuiglijke objecten zijn zoheid;

Zij zijn noch werkelijk noch onwerkelijk.

Besteed geen aandacht aan bestaan;

Houd geen halt bij niet-bestaan.

Erken de edele of de eerbiedwaardige niet als ‘correct’ –

Een gewone persoon die het met de zaak gehad heeft.

Als je werkelijk een gewone persoon bent, die een einde aan de zaak gemaakt heeft – Shakyamuni en Bodhidharma, wat een klompen klei! De drie voertuigen [d.i. hoorder, privé boeddha, bodhisattva voertuigen] en de twaalf onderdelen van het onderricht - wat een betekenisloze bubbels van een kokende pot. (140)

Groot leraar Shitou zei: Informeer respectvol de persoon die het mysterie onderzoekt, maar verspil geen tijd.’ Deze enkele frase [d.i. huatou Wat de hel is het?] – zelfs wanneer uw ogen open zijn, het is precies daar; zelfs wanneer uw ogen gesloten zijn, het is precies daar; zelfs wanneer uw misleidende gedachten overwint, het is precies daar; zelfs wanneer U een omgordende geest bent, het is daar; zelfs gedurende waanzinnige verstrooiing, het is precies daar zelfs gedurende stilte, het is precies daar. Dit is mijn manier om met hiermee om te gaan. Ik verdenk een handvol oude monniken die lariekoek verkondigen een verschillende wijze om met deze dingen om te gaan. Pshaw! Laat ons tijdelijk kappen met deze dingen. (155)

Recentelijk is hij [d.i. Lu Juren] oprecht gegaan in zijn gongfu voor deze zaak.  U betreurt ook dat Uw plotselinge wending [tot deze zaak] tamelijk laat gekomen is. Al een tijdje geleden schreef ik hem een brief waarin staat: ‘Maak de enkele gedachte waarmee U zich ten slotte uw fout realiseerde, tot uw standaard – schenk geen aandacht aan hetzij ‘laat’ hetzij ‘vroeg’. De enkele gedachte waarmee U zich uw fout realiseerde, is de basis van het worden van een boeddha of een patriarch, het scherpe gereedschap dat Mara’s net vernietigt, de weg naar het ontsnappen aan samsara.’  Ik hoop dat U alleen maar doorgaat met gongfu te doen op deze wijze.

(178)

Tweemaal heb ik van uw broer Juren brieven ontvangen en hij houdt zich extreem bezig met deze zaak. En hij zou nogal in paniek zijn – hij is reeds zestig en zijn dienstverband met het officiële leven is beëindigd. Waarop zou hij nog verder moeten wachten? Als hij niet in paniek geraakt vóór de tijd, hoe zal hij, op de laatste dag van de twaalfde maand [op het einde van zijn leven] in staat zijn de dingen op vaardige wijze af te handelen? Ik hoor dat U ook recentelijk druk bezig bent geweest [met deze zaak]. Het enige is, dit in paniek zijn is precies de staat van zijn op de laatste dag van de twaalfde maand. [Een monnik vroeg Yunmen:] ‘Wat voor een ding is een boeddha?’ [Yunmen zei:] droge poep.’ Als men hier niet doorbreekt, dan zal het op de laatste dag van de twaalfde maand ‘meer van hetzelfde’ zijn. (191)

Degene die succes hebben met rijkdom en status - hoeveel kunnen er dat in werkelijkheid zijn? Wees bereid uw hoofd en uw hersens om te keren om te onderzoeken wat recht onder Uw eigen voeten is.  Het ‘ik’ dat succes heeft met rijkdom en status, van welke plaats komt dit ‘ik’? En degene die nu rijkdom en status ontvangen – naar welke plaats gaat hij op de laatste dag [wanneer hij sterft]. Als U zich realiseert dat U niet weet waar hij vandaan komt en U niet weet waar hij heen gaat, dan zult U zich onmiddellijk realiseren dat uw geest met stomheid is geslagen. Precies [wanneer U zich realiseert dat uw geest met stomheid geslagen is] – en dat dit niets van doen heeft met iemand anders, - richt dan precies het oog op de huatou: ‘Een monnik vroeg Yunmen: ‘Wat voor een soort ding is een boeddha?’ Yunmen zei: ‘droge poep.’  Verhef deze huatou in het bewustzijn. (193]

Recentelijk bracht Zao Jingming een andere brief [van Juren}. In die brief vroeg Juren nogmaals:

‘Ik vraag me af er naast deze [in het bewustzijn zich toeleggen op droge poep] nog een andere methode is van gongfu te doen? Ook [bij het gebruiken in dagelijkse activiteiten] zoals het optillen van zijn armen, het bewegen van de voeten, het aantrekken van kleren en het eten van maaltijden, hoe zou men zijn persoonlijke beoefening ondersteunen? Is het alleen maar zaak zijn ogen gericht te houden op de huatou of is er nog een andere methode van persoonlijke beoefening? Ook de ene grote zaak waarover ik onzeker ben en mijn hele leven bezorgd ben en ook nu niet opgelost heb, dit is: is er vernietiging van de dood of niet [d.i. is er karma en wedergeboorte of niet]? Hoe kan ik tot een definitief verstaan ervan komen? Daarbij is het voor U niet nodig te citeren wat de sutras en de verhandelingen zeggen en ook is het niet nodig te verwijzen naar de incidenten van de oude meesters. Ik baseer me alleen op wat recht voor mijn ogen ligt: Asjeblieft, geef me een directe en heldere instructie om te oordelen of vernietiging of niet-vernietiging feitelijk het geval is.’

Wanneer ik nadenk over dit soort vragen van Juren, dan is het leen lager niveau dan een kerel uit een dorp van drie families met weinig wereldse verantwoordelijkheden, die sterft zonder veel kletspraat en bij de dood een snelle bevrijding bereikt.

Ik zeg het recht voor zijn raap:

De duizenden momenten van onzekerheid zijn slechts één enkele onzekerheid. Wanneer die ene enkele onzekerheid is verbrijzeld, zijn de duizenden momenten van onzekerheid verbrijzeld op hetzelfde moment. Als [de enkele onzekerheid] over de huatou niet is verbrijzeld, ga dan uitsluitend stug door met de huatou. En als er onzekerheid ontstaat over een ander voorbeeld van het geschreven woord, of er ontstaat onzekerheid over het onderricht van de sutras of er ontstaat onzekerheid over de incidenten van de oude meesters, of er ontstaat onzekerheid in de verwarrende bezoedelingen van de dagelijkse activiteiten, dat alles is van de kliek van Mara, de Kwade. Terwijl je [de huatou] doet oplichten, moet je het niet begrijpen noch je het toe te eigenen. Ook moet je niet betrokken raken in reflectie en giswerk. Concentreer je alleen maar op het reflecteren op de staat waarop niet gereflecteerd kan worden. Je geest kan nergens heen – ‘de muis treedt de hoorn van de os binnen’ [d.i. alle lastige maneuvers zullen opgeheven worden], dan zal je ‘geveld’ worden [als een geweldige boom, d.i. je zal de Aah! verspreiden. (195/196)

Daarnaast heeft hij mij opgedragen hem een heldere en directe instructie te geven met een oordeel of er nu wel of geen vernietiging [na de dood], maar dit soort kennis is niet verschillend van [de uitersten van nihilisme en eternalisme van] de buiten ons liggende Wegen. Zijn gehele leven van opbouwende werken met een hoeveelheid van elegante wendingen van de literaire taal – welk doel heeft dat gediend?  Overal heeft hij in het verleden dit soort [literaire] ‘slechte adem’ losgelaten om mensen te ‘parfumeren’. Ik kan het daar niet bij laten. Ik zal een weinig slechte mondbeademing loslaten om hem te parfumeren. Hij vroeg niet de sutra leringen te citeren, noch de incidenten van de ouden [d.i. Chan verhalen], maar mij alleen te richten op wat recht voor de ogen ligt. – direct en helder hem te leren of er wel of geen vernietiging is na de dood. Aan de oude Chan meester Zhidao vroeg de zesde patriarch:

Sinds jij als student je huis hebt verlaten, hebben je tien jaar lang in de Nirvana Sutra zitten lezen. Ik grijp zijn voornaamste idee niet. Wil de meester mij onderrichten?  De patriarch zei: ‘Welk deel begrijp je niet?’ Zhidao antwoordde: ‘Alle geconditioneerde dingen zijn vergankelijk; zij zijn dharmas die ontstaan en vergaan. Wanneer het ontstaan en vergaan is gedesintegreerd, stilte is vreugdevol.’ Hier sta ik perplex. De patriarch zei: ‘Welke twijfel houd je bezig?’ Zhidao zei: ‘Alle levende wezens hebben twee lichamen [Dit is hetzelfde als Juren zegt] Het vorm lichaam is vergankelijk – het ontstaat en het vergaat. Het dharma lichaam is eeuwig - noch wetend noch bewust. De Nirvana Sutra zegt: ‘Wanneer eenmaal ontstaan en vergaan zijn gedesintegreerd, is stilte vreugdevol.’ Ik weet niet welk lichaam in de stilte is en welk vreugde ervaart. Als dit het vorm lichaam is, wanneer het vorm lichaam desintegreert dan waaieren de vier elementen [d.i. water, aarde, vuur en wind] uiteen - het geheel van lijden. Lijden kan geen vreugde genoemd worden. Als dit het dharma lichaam is, is de stilte [van het dharma lichaam] identiek aan [niet levende dingen zoals] gras, bomen, tegels n stenen. Hoe zou het vreugde ervaren? Ook, de dharma-natuur is de substantie die ontstaat en vergaat en de vijf aggregaten zijn het functioneren van ontstaan en vergaan. Een enkelvoudige [eeuwige] substantie heeft een vijfvoudig functioneren en dus is ontstaan-vergaan eeuwig. Ontstaan is het voortbrengsel van de functie van substantie; vergaan is de omkering van de functie naar substantie. Als [dood en] wedergeboorte zijn toegestaan, dan kan voor de klasse van levende wezens [het wiel van herhaalde geboortes en dood] niet gestopt worden. Als [dood en] wedergeboorte niet zijn toegestaan, dan zijn [levende wezens eeuwig in stilte en identiek aan niet-levende dingen. In dat geval zitten alle dharmas opgesloten in nirvana en kunnen zelfs niet ontstaan.  Hoe kan hier vreugde bestaan? (Zhidao en Juren worden hier beschuldigd van dezelfde misdaad)

Toen de zesde patriarch tot hier gekomen was, was hij niet in staat te reageren op de wijze van doen van Linji en Deshan [d.i. Deshan’s stok en Linji’s schreeuw]. En dus moest hij een beetje slechte adem achter zijn rug om op hem loslaten:

‘Je bent de zoon van Sakya – waarom houd je er de perverse gezichtspunten erop na van nihilisme en eternalisme van de Wegen buiten ons en zeg je dit en dat over de dharma van het hoogste voertuig? Volgens jou is er voorbij het vorm lichaam een gescheiden dharma lichaam en zoekt men naar stilte los van ontstaan en vergaan. Ook zeg je, theoretiserend dat nirvana eeuwig is en vreugdevol, dat er een lichaam is dat [vreugde] ervaart. Dit is een inhalig grijpen naar nirvana, grosserend in wereldse vreugde. Nu moet je dit eens gaan zien: omdat alle misleide mensen het tezamen komen van de vijf aggregaten kenmerkend als een zelf-lichaam erkennen, alle dharmas onderscheiden en hen beschouwen met eeuwige, objectieve kenmerken, het leven liefhebben en de dood haten,  uitvloeien van moment naar moment,  zonder zich te realiseren dat [zowel het haten van de dood als het liefhebben van het leven]  dromen, illusies en onwerkelijke verdachtmakingen, draaiend op het wiel van niets, omkerend het eeuwige en vreugdevolle nirvana in kenmerkend lijden, alle dagen zoekend rondrennend – weet, dat de Boeddha  voor deze wezens compassie heeft en hen de ware vreugde van nirvana toont. Voor geen enkel moment wordt nirvana gekenmerkt door ontstaan, noch wordt het voor een moment gekenmerkt door desintegratie. Bovendien is er geen ontstaan en vergaan dat kan desintegreren [Juren, asjeblieft focus hier op je ogen] – dit is het verschijnen van stilte. Op het moment van zijn verschijnen is er geen reflecteren op verschijning en dat wordt eeuwige vreugde genoemd. Deze vreugde heeft niet iemand die haar ervaart [d.i. het lichaam met de vijf aggregaten dat wereldse vreugde ervaart] noch iemand die niet ervaart [d.i. het niet-bewustzijn van de levenloze wezens] (dit is duidelijk). Hoe kan er een ding genoemd worden, dat enkelvoudig is in substantie en vijfvoudig in functie? Hoeveel minder kan men nog verder zeggen dat nirvana alle dharmas in zich opsluit en vooreeuwig hen niet doen ontstaan? Dit lastert de boeddhas en vernietigt de dharma (Juren, zoiets ben je aan het doen). Ziehier mijn verzen (los gestrooid en niet op volgorde):

 

Onovertroffen, groot nirvana is volkomen helder en voortdurend stil en verlichtend.

Gewone, domme mensen beschouwen het abusievelijk om dood te zijn – de buitenwegen grijpen het als vernietiging.

De mensen die de lagere voertuigen achter nalopen, zien het als geen verdere actie [van de kant van lichaam en geest].

Dit alles behoort tot misleide berekening – de wortel van de twee en zestig foutieve gezichtspunten.

Om onjuist termen te construeren van onwerkelijke toeschrijvingen [zoals dood, vernietiging en niet-handelen] - hoe zou dit waar kunnen zijn? (Als Juren de waarheid wil zien, hoeft hij niets anders te doen dan te kijken naar deze enkele regel en zien dat het van toepassing is op zijn vernietigd/ niet vernietigd.)

Alleen de persoon die boven de norm staat (Juren heeft deze persoon nog niet gezien) begrijpt noch het grijpen noch het verwerpen [van vernietiging/eeuwigheid]. (Juren heeft deze twijfel voor dertig jaar.)

[De persoon die boven de norm staat] weet dat de vijf aggregaten en elk zelf binnen de aggregaten (Juren zoekt dit misschien te beëindigen maar mist een methode),

Enige tijd geleden [toen U me een bezoek bracht] op de berg [in de omgeving van Hengzhou, Hunan] heb ik tegen U herhaaldelijk in deze termen gesproken [d.i. ‘het lasteren van de wijsheid’, ‘het afsnijden van de levenswijsheid van de boeddhas’, ect.] en ik zag de bewegingen van de pupillen van je ogen – je verstond negentig procent en miste slechts het Aah! [d.i. de klank die het ontwaken uitzendt].  Wanneer je een Aah! uitbrengt, is Confucianisme Boeddhisme,  Boeddhisme is Confucianisme, monniken zijn leken, leken zijn monniken, gewone mensen zijn wijzen, wijzen zijn gewone mensen, ik ben jou, jij bent mij, hemel is aarde, aarde is hemel, golven zijn water, water is golven. Roerboter, botervet, room in één enkele smaak; het smelten van wijnkaraffen, schalen, haarpennen en armbanden in één enkel metaal ligt in mij, niet in andere mensen. Wanneer je dit niveau van groot ontwaken bereikt, wentelen alle dharmas rond op mijn bevel: ‘Ik ben de dharma koning die vrijheid bezit te midden van de dharmas.’ Hoe kunnen winst/verlies en bevestiging/ontkenning een hindernis zijn? Het is niet dat men de dingen dwingt – het is omdat het principe van de dingen zo is. (213)

Enkele jaren geleden was er een leek Xu die als ‘werkelijk’ [het spel van het onwerkelijke ‘licht-en-schaduw’ geouwehoer afkomstig uit] een mond en via een brief zijn niveau van verstaan presenteerde: ‘Mijn alledaagse activiteiten zijn leeg en uitgestrekt zonder een enkel ding dat een tegenstelling vormt. Voor de eerste keer begreep ik dat de tienduizenden dharmas van de drie rijken [d.i. verlangen, vorm en de vormloze rijken} allen vanaf het begin niet-bestaand zijn – waarlijk met vreugde en geluk heb ik [misleidende gedachten] neergelegd.

Daarop toonde ik hem een gedicht:

Houd niet van zuiverheid [d.i. het lege en uitgestrekte van Xu’s brief ] - zuiverheid beperkt mensen.

Houd niet van geluk [d.i. de vreugde en geluk uit Xu’s brief] – geluk maakt mensen manisch.

[Antwoord de dingen op natuurlijke wijze] zoals water zich toevertrouwt aan de emmer en vierkant, rond, kort of lang wordt,

Neerleggen en niet-neerleggen – kijk asjeblieft een beetje verder [en zie of je in feite niet neerleggen bent].

De drie rijken en de tienduizenden dharmas zijn niet apart van het open veld waar niets anders is [d.i. de drie rijken en de tienduizenden dharmas zijn niet niet-bestaand].

Als de tienduizenden dharmas louter als dat [d.i., niet-bestaand] waren – dan zou deze zaak in strijd zijn met de rede.

Dit is om leek Xu te informeren dat zijn relatieve [zuiverheid en geluk] een ramp veroorzaken.

Open snel het wijze oog, het is onnodig herhaaldelijk te bidden voor het vermijden van de kwade geesten [d.i. besteed alleen maar geen aandacht aan ‘zuiverheid’ en ‘geluk’. (264/265)