›› Zen

Mazu Daoyi's uiteenzettingen van de Geest Dharma

Mazu 2
馬祖道一禅師 Mazu Daoyi (709-788)

 

[Bron: Jinhua Jia, The Hongzhou School of Chan Buddhism in Eight- through Tenth -century  China, State University of New York Press, 2006.]  Vertaling NT.

Preek 1

1.

De grootmeester Mazu in Hongzhou preekte:

Bodhidharma kwam uit Zuid-India naar China alleen maar om de Mahayana Dharma van één geest over te leveren. Hij gebruikte de Lankavatara-sutra om te getuigen van de geest van alle levende wezens, tenzij zij niet geloven in de dharma van de ene geest. De Lankavatara-sutra zegt: ‘In het onderricht van de Boeddha is de geest de essentie, en geen poort is de dharma-poort.’ Waarom is in Boeddha’s leer de geest de essentie? In Boeddha’s leer van de geest, zijn de geest en de Boeddha identiek. Wat ik nu zeg, is precies de uiteenzetting over de geest. Daarom zegt de sutra: ‘ In Boeddha’s onderricht is de geest de essentie.’

2.

‘Geen-poort is de dharma-poort’ betekent dat als men begrijpt dat de oorspronkelijke natuur leeg is, dan is er daar geen enkele dharma. Natuur zelf is de poort, daar natuur vormloos is, is er dus ook geen poort. Daarom zegt de sutra: ‘Geen poort is de dharma-poort.’

Het wordt ook genoemd de lege poort of de fenomenale poort. Waarom is dit zo? Leegte is de leegte van dharma-natuur (dharmata) en het fenomenale is het fenomenale van dharma-natuur. [Dharma-natuur] is zonder vorm en teken, daarom wordt het leegte genoemd, zijn functies van kennen en zien zijn eindeloos, daarom heet dit het fenomenale. Vandaar zegt de sutra: ‘De verschijning van de Tathagata is grenzeloos en dit geldt ook voor zijn wijsheid.’  Waar alle dharmas voortgebracht worden, zijn er opnieuw talloze samadhi poorten, die ver verwijderd zijn van interne en externe vastklevende kennis en affectie. Zij worden ook wel genoemd een poort van het absolute zien of poort van schenking, wat betekent: niet denken aan alle interne en externe dharmas van goed en kwaad. Aldus zijn ze allen poorten van verschillende perfecties (paramitas). Het fysieke Boeddha lichaam (rupakaya) is de functie van de ware Boeddha vorm. De sutra zegt: ‘Alle 32 kenmerken en 80 tekens zijn ontstaan vanuit de denkende geest. Dit wordt ook wel genoemd de vlam van de dharma-natuur of de heroïsche verrichting van dharma-natuur. Wanneer de bodhisattva boeddhistische wijsheid (prajna) cultiveert, verbrandt de vlam van wijsheid alle interne en externe dingen van de drievoudige wereld, waarbinnen niet een enkel grassprietje beschadigd wordt,  omdat alle dharmas hetzelfde zijn als de ware vorm. Daarom zegt de sutra: ‘Vernietig niet de idee van een zelf; alle dingen zijn van een enkele vorm.’

3.

Nu je weet dat zelf-natuur de Boeddha is, loop, woon, zit en lig je in alle perioden van de tijd, zonder ooit een enkele dharma te bereiken.  Zelfs de Thathata (Zoheid) behoort niet tot de categorie van alle namen en is dus ook zonder geen-naam.  Daarom zegt de Sutra: ‘De wijsheid gedoogt noch bestaan noch niet-bestaan.’ Zoek niet binnen of buiten, laat je oorspronkelijke natuur vrij zijn en dus ook zonder dat de geest de natuur vrijlaat zijn. De sutra zegt: ‘Verschillende lichamen naar wens geproduceerd, ik zeg dat zij geest-capaciteit zijn.’ Dit is de geest van geen-geest en de capaciteit van geen-capaciteit.  Geen-naam is ware naam en niet-zoeken is waarlijk zoeken.’

4.

De sutra zegt: ‘Wie de dharma zoekt, zoekt niets.’ Buiten de geest is er geen andere Boeddha;  buiten de Boeddha is er geen andere geest. Grijp niet het goede, verwerp niet het kwade. Vertrouw niet op beide zijden van zuiverheid en bezoedeling. Alle dharmas zijn zonder zelf-natuur en de drievoudige wereld is slechts gemaakt van geest (citamatra). De sutra zegt: ‘De dichtbevolkte matrix van de myriade verschijnselen zijn de impressies van de unieke dharma. Wanneer je het verschijnsel ziet, zie je de geest. De geest bestaat niet krachtens zichzelf, maar dankzij het verschijnsel. Het verschijnsel bestaat niet krachtens zichzelf, zijn bestaan is dankzij de geest. Daarom zegt de sutra: ‘Wanneer je het verschijnsel ziet, zie je de geest.’

5.

Als je dit begrijpt, kan je op elk moment kleren dragen, voedsel eten,  vrij en onbeperkt je lot volgen.

Preek 2

6.

Grootmeester Mazu leerde: Als je de geest wilt herkennen, dan is dat wat spreekt je geest. Deze geest wordt de Boeddha genoemd en is ook het Boeddhadharma-lichaam (dharmakaya) van de ware vorm en wordt ook wel de Weg genoemd. De sutra zegt: ‘De Boeddha heeft talloze namen in de drie grote ontelbare kalpas, welke genoemd zijn overeenkomstig condities en situaties. Bij voorbeeld, de mani parel verandert overeenkomstig de kleuren die hij aanraakt. Wanneer hij de kleur blauw raakt, wordt hij blauw, wanneer het de keur geel raakt, wordt hij geel, hoewel zijn essentie elke kleur mist. De vinger raakt niet zichzelf aan, het mes snijdt niet in zichzelf en de spiegel reflecteert niet zichzelf. Elk wordt genoemd overeenkomstig die verschijnen in specifieke omstandigheden.

7.

Deze geest leeft even lang als de ruimte. Zelfs als je door de veelvoudige vormen van de zes wegen van transmigratie dwaalt, de geest is nooit geboren en nooit gestorven. Aangezien de levende wezens zich hun zelf-geest niet realiseren, laten zij abusievelijk misleidende gevoelens ontstaan en krijgen zij vergelding voor verschillende karmas.  Zij zijn in hun oorspronkelijke natuur verward en houden ten onrechte vast aan de zaken van de wereld. Het lichaam van de vier elementen (mahabutha) heeft thans geboorte en dood, maar de natuur van de numineuze geest heeft feitelijk geen geboorte of dood. Nu weet je van deze natuur, die lang leven genoemd wordt en ook de maat van een lang leven van de Tathagata en de bewegingsloze natuur van fundamentele leegte. Alle wijzen van het verleden en de toekomst herkennen deze natuur slechts als de Weg.

8.

Welnu. Zien, luisteren, voelen en weten zijn fundamenteel je oorspronkelijke natuur, welke ook de oorspronkelijke geest genoemd wordt. Het is niet zo dat er een Boeddha is anders dan deze geest. Deze geest bestond vanaf het begin en bestaat tot op heden, zonder afhankelijk te zijn van intentionele schepping of actie; hij was oorspronkelijk zuiver en is zuiver tot op de dag van vandaag, zonder dat hij wacht op schoonmaken en vegen. Zelf-natuur realiseert nirvana, zelf natuur is puur; zelf-natuur is bevrijding en zelf-natuur gaat weg van illusies. Hij is je geest-natuur, welke van oorsprong de Boeddha is en je hoef nergens anders naar een Boeddha te zoeken. Jij zelf bent de diamanten-samadhi zonder weer die samadhi te bereiken door concentratie. Zelfs al bereikt je dit door concentratie en meditatie, dan bereik je niet het hoogste.

 

Preek 3

9.

Grootmeester Mazu leerde:  Als deze dingen waargenomen worden door de geest – de plaatsen die men in dit leven passeert, feitelijk gaat de geest daar niet. Denk niet dat de geest daar heen gaat, omdat men deze dingen ziet.  De geest-natuur komt noch gaat en dat geldt ook voor ontstaan en vergaan.

10.

Zenmeester Daji Daoyi onderrichtte de vergadering: De Weg behoeft geen cultivatie, hij bezoedelt alleen niet. Wat is bezoedeling? Wanneer je een geest van geboorte en dood hebt en een intentie van schepping en actie, dat alles is bezoedeling. Als je de Weg direct wil kennen, dan is gewone geest de Weg. Wat is een gewone geest? Dit betekent geen intentionele schepping of actie, geen goed en geen kwaad, geen grijpen of verwerpen, niet eindig niet permanent, niet profaan en niet heilig. De sutra zegt: ‘Noch de praktijk van gewone mensen noch de praktijk van wijzen – dat is de praktijk van de bodhisattva.’ Nu, dit alles is de alleen maar de Weg: lopen, wonen, zitten, liggen, reageren op omstandigheden en zakendoen.  De Weg is het dharma-rijk (dharmadathu). Geen van deze wonderlijke functies, die talrijk zijn als de zandkorrels van de Ganges, valt buiten het dharma-rijk.  Als dit niet zo is, hoe zouden we kunnen spreken van de dharma-poort van de geest-grond? Hoe zouden we kunnen spreken van de onuitblusbare lamp? Alle dharmas zijn geest dharmas. De myriade dharmas ontstaan vanuit de geest en de geest is de essentie van de myriade dharmas.

11.

De sutra zegt: ‘Wie zich de geest realiseert en reikt naar de fundamentele bron, wordt een monnik (sramana) genoemd. De namen zijn gelijk, de betekenissen zijn gelijk en alle dharmas zijn gelijk.  Zij zijn puur en helder. Als je vrijheid bereikt op elk moment, als je het dharma-rijk vestigt, is binnen de boeddhistische poort alles dharma-rijken; wanneer je Zoheid vestigt, is alles Zoheid; alle dharmas zijn absoluut; wanneer je het fenomenale vestigt, zijn alle dharmas fenomenaal, alle dharmas zijn fenomenen. Vermeld je er één, duizend anderen kunnen ervan afgeleid worden. Het absolute en het fenomenale zijn zonder verschil; beide zijn wonderbaarlijke functies. Er is geen ander principe en alles is er vanwege het wentelen van de geest.  Bijvoorbeeld, hoewel er vele reflecties van de maan zijn, is de echte maan niet veelvoudig. Hoewel er vele watervallen zijn, is de natuur van water niet veelvoudig. Hoewel er myriaden fenomenale verschijnselen in het universum zijn, is de ruimte niet veelvoudig. Hoewel er van vele principes gesproken kan worden, is de ongehinderde wijsheid niet veelvoudig.  Wat gevestigd is, komt van de ene geest. Men kan het hinderen of wegvagen;  elk is een wonderbaarlijk functioneren en die wonderbaarlijke functie ben jijzelf. Er is geen plaats om te staan, waar men de Waarheid verlaat, maar de echte plaats waar je staat is de Waarheid en de essentie van jezelf.  Als dit niet zo is,  dan wie is één?

12.

Alle dharmas zijn Boeddha’s dharmas en alle dharmas zijn bevrijding. Bevrijding is Zoheid en alle dharmas verlaten Zoheid nooit. Lopen, wonen, zitten en liggen – al deze zijn een onbegrijpelijk functioneren welke niet wacht op een tijdig seizoen. De sutra zegt: ‘Op elke plaats daar is de Boeddha.’ De Boeddha is de Barmhartige Ene en heeft wijsheid.  Hij is goed in het verstaan van de omstandigheden en is in staat van alle levende wezens het net van twijfels te breken en hen te bevrijden van de bindingen van bestaan en niet-bestaan. Alle gevoelens van het gewone en het sacrale worden beëindigd en alle mensen en dharmas zijn leeg. Hij wentelt het onvergelijkelijke wiel door getal en maat te overstijgen. Zijn activiteiten zijn ongehinderd en dringt zowel tot het absolute door als tot het relatieve. Zoals wolken aan de hemel plotseling verschijnen en vervolgens verdwijnen zonder een spoor na te laten, of als schrijven op het water, zo heeft het grote nirvana geboorte noch dood. In afhankelijkheid wordt het tathagata-garbha genoemd, vrij van afhankelijkheid heet het Groot Dharma-lichaam (dharmakaya). Het Dharma-lichaam is grenzeloos en zijn essentie stijgt noch daalt. Het kan groot of klein zijn, rond of vierkant. Door te beantwoorden aan de dingen, manifesteert hij zichzelf in vele vormen zoals de reflecties van de maan op het water. Het functioneert voortdurend zonder zich te vestigen op een wortel. Zijn werkzaamheid raakt niet uitgeput en zit ook niet vast aan niet-actie. Actie is de functie van niet-actie en niet-actie is de afhankelijkheid van actie. Het plakt niet aan afhankelijkheid, zoals de sutra zegt: ‘Gelijk de leegte is het zonder enige afhankelijkheid.’

13.

Er is het aspect van de geest dat onderworpen is aan geboorte en dood en er is het aspect van de geest als Zoheid. De geest als Zoheid is als een heldere spiegel die beelden reflecteert. De spiegel symboliseert de geest en de beelden staan voor de verschillende dharmas.  Als de geest de verschillende dharmas grijpt, raakt hij betrokken bij externe oorzaken en omstandigheden en daarom is hij onderworpen aan geboorte en dood. Als de geest niet grijpt naar diverse dharmas, is hij als Zoheid. De sravaka (hoorder) neemt de boeddha-natuur waar door auditieve waarneming. Terwijl de bodhisattva de boeddha-natuur waarneemt door visuele waarneming. Hij begrijpt zijn non-dualiteit, die genoemd wordt identieke natuur. De natuur is zonder differentie maar zijn functies verschillen. Bij onwetendheid functioneert hij als bewustzijn. Bij ontwaken functioneert hij als wijsheid. Het volgen van het absolute is verlichting; het volgen van het fenomenale is onwetendheid. Onwetend is hij de onwetendheid van zijn eigen oorspronkelijke geest, ontwaakt is hij het ontwaken van zijn eigen oorspronkelijke natuur. Eens ontwaakt is men ontwaakt voor altijd en wordt men nooit meer onwetend. Wanneer de zon opkomt is hij onverenigbaar met de duisternis; wanneer de zon van wijsheid opkomt,  doet hij dat niet tezamen met de duisternis van aandoeningen. Als je de geest en de fenomenale verschijning begrijpt, zal waandenken niet ontstaan. Als het waandenken niet ontstaat,  is dit de niet-productie van dharmas. Oorspronkelijk bestond het en het bestaat tot op de dag van vandaag. Het hangt niet af van het cultiveren van de weg en zitmeditatie. Noch cultivatie noch zitmeditatie – dit is het zuivere Chan (dhyana) van de Tathagata.  Als je nu deze werkelijkheid verstaat, zal je geen enkel karma creëeren. Bij het volgen van je lot, bij het voorbijgaan van je leven,  met één mantel of één pij, of je nu staat of zit, het is altijd met jou. Door het je houden aan de ethische regels, verzamel je puur karma. Als je zo bent, waarom dan nog zorgen te maken over niet-verstaan?

 

Preek 5

14.

Iemand vroeg: ‘Wat is het cultiveren van de Weg?’ De meester antwoordde: ‘De Weg behoort niet tot een ontwikkelen. Als je spreekt van een bereiken door cultiveren,  wat ook maar bereikt wordt door cultiveren, zal opnieuw in verval geraken, hetzelfde als bij de Sravaka (Hoorder). Als je spreekt van niet-cultiveren, dan ben je hetzelfde als een gewoon mens.’ Hij vroeg opnieuw: ‘ Wat voor een soort kennis moet je hebben om de weg te begrijpen?’ De meester antwoordde: ‘Zelf-natuur is vanaf den beginne volmaakt compleet. Als je niet gehinderd wordt door goed en kwaad, wordt hij een man die de weg cultiveert genoemd. Het goede grijpen en het kwade verwerpen, contempleren op leegte en concentratie binnengaan,  dit alles behoort tot intentioneel scheppen en handelen. Als men het vervolgens buiten zoekt, gaat men er steeds verder vandaan. Maak een einde aan alle mentale berekening van de drievoudige wereld. Als men simpelweg een enkele gedachte mist, dan hakt men de wortel van geboorte en dood uit en verkrijgt men de hoogste schat van de dharma-koning.  Sinds talloze kalpas hebben de waanbeelden van de gewone mens – vleierij, teleurstelling, zelfbedwelming, arrogantie – het eigen lichaam gevormd. Daarom zegt de sutra: ‘Slechts door vele dharmas is dit lichaam verenigd. Wanneer het ontstaat, ontstaan slechts dharmas, wanneer het uitdooft, doven slechts dharmas uit.’ Wanneer het dharma ontstaat, zegt het niet ‘ik ontsta’; wanneer het dharma uitdooft, zegt het niet ‘ik doof uit’. De eerste gedachte, de laatste gedachte en de huidige gedachte – alle opeenvolgende momenten van denken wachten niet op elkaar en alle opeenvolgende momenten van gedachten zijn latent en uitgedoofd. Dit wordt de oceaan-zegel samadhi genoemd, die alle dharmas bevat. Wanneer honderdduizend stromen terugkeren naar de grote oceaan, worden zij allen zeewater genoemd. Als men blijft hangen bij een enkele smaak, dan worden alle smaken gebonden. Wanneer zij stromen naar de oceaan, worden alle stromen gemengd. Wanneer men zich baadt in het water van de grote oceaan, gebruikt men het water van alle stromen.

15.

Daarom is de Sravaka ontwaakt en toch nog steeds onwetend; de gewone mens is onwetend in zake ontwaken. De Sravaka weet niet dat de sacrale geest geen positie heeft, geen oorzaak, functie of fase en vanwege de illusoire gedachte aan mentale calculatie cultiveert hij oorzaken en verwerft hij vervulling, verblijvende in de samadhi van leegte. Terwijl hij zich door tachtigduizend en twintig duizend kalpas beweegt, is zijn ontwaken, hoewel hij ontwaakt is,  onwetend. In het oog van de bodhisattvas is dit het lijden van de hel, verzinkt men in leegte en zit men vast aan rust zonder boeddha-natuur te zien.  Als deze levende wezens, die van superieure kwaliteit zijn onverwacht een goede, geleerde meester ontmoeten en begrip verwerven onder zijn leiding, zullen zij plotseling ontwaken tot hun oorspronkelijke natuur zonder ooit door fases en posties te passeren. Daarom zegt de sutra: ‘De gewone mens heeft een veranderlijke, terug te keren geest, terwijl de Sravaka deze niet heeft.’ In tegenstelling tot onwetendheid spreekt men van ontwaken. Aangezien er vanaf den beginnen geen onwetendheid is, hoeft ontwaken niet tot stand gebracht te worden. Sinds grenzeloze kalpas hebben levende wezens nooit de samadhi van dharma-natuur verlaten en hebben zij altijd gewoond in de samadhi van dharma-natuur. Het dragen van kleren, het eten van voedsel, spreken en antwoorden dat alles maakt gebruik van de zes zintuigen en alle activiteiten zijn dharma-natuur. Als men niet weet hoe terug te keren tot de bron, volgt men namen en zoekt men vormen, laat bedrieglijk onwetende gevoelens ontstaan en creëert hij verschillende soorten karmas. Als men kan reflecteren in één enkele gedachte, wordt de volledige geest sacrale geest.

16.

Ieder van jullie moet zelf je eigen geest verstaan en mijn woorden vergeten.  Zelfs als ik spreek van vele principes als de zandkorrels van de Ganges, de geest groeit niet; en als ik van niets zou spreken, de geest vermindert niet. Als ik er over kan praten, is het je geest; en zo niet, het is nog steeds jouw geest.  Zelfs al zou ik mijn lichaam kunnen vermenigvuldigen, het is dan nog steeds beter mij terug te laten keren tot mijn eigen as. As dat machteloos rond gestrooid ligt zoals de  Sravaka die abusievelijk oorzaken  cultiveert en vervulling bereikt. As dat niet uitgestrooid wordt is krachtig, zoals de bodhisattva wiens karmas van de Weg zuiver en rijp zijn zonder bezoedeld te zijn door enig kwaad. Als men de vaardige onderrichtingen van de Tathagata van de tripitaka wil preken, zal men niet in staat zijn deze preken te beëindigen zelfs al gaat men door zovele kalpas als de zandkorrels van de Ganges. Het is als een keten die nooit verbroken is.  Als je de sacrale geest begrijpt, is er niets anders.

 

Preek 7 

17.

De meester zei dikwijls: ‘De Boeddha is niet ver weg van de mensen, maar moet gerealiseerd worden in de geest. Hoewel de dharma aan niets gehecht is, heeft elk verschijnsel contact met Zoheid.  Hoe zou het vele zijwegen hebben om zij die willen leren te vertragen? Daarom, hoe meer Kuafu en Kaigou zochten, hoe verder weg de dingen die zij zochten. Toch zijn de diamant en de honing hier in de geest.’

 

Dialoog 1

Dazhu Huihai’s eerste bezoek aan Mazu

Toen  Dazhu Huihai voor het eerst naar Jiangxi ging om Mazu te bezoeken, vroeg Mazu: ‘Waar kom je vandaan?’ Dazhu antwoordde: ‘Van Dayunsi in Yezhou.’  Dazu vroeg: ‘Wat is je intentie om naar hier te komen?’ Hij antwoordde: ‘Ik ben gekomen om de boeddha-dharma te zoeken.’ Mazu zei: ‘Waarom heb je, zonder naar je eigen schat te zoeken,  je huis verlaten en zwerf je rond? Hier heb ik geen enkel ding. Naar welk een soort boeddha-dharma ben je op zoek?’ Daarop boog de meester en vroeg:  ‘Wat is Huihai’s eigen schat?’ Mazu antwoordde: ‘Dat wat mij hier en nu ondervraagt, is je schat. Het is volmaakt, compleet en mist niets. Je bent vrij het te gebruiken. Waarom is het nodig nog verder te zoeken?’ Bij het horen van deze woorden realiseerde de meester zich zijn oorspronkelijke geest, voorbij weten en voelen. Vol vreugde boog hij en dankte hij hem. Na Mazu gedurende zes jaar gediend te hebben keerde hij terug naar zijn leraar, omdat deze oud was. Daarbij verduisterde hij zijn activiteiten en presenteerde zichzelf als saai en stom. Hij schreef eigenhandig het Traktaat over de essentiële leer va het plotseling binnengaan in Verlichting. Xuanyan, zijn dharama-neef, stal het en ging naar Jiangxi om het aan Mazu te geven. Na de verhandeling gelezen te hebben, vertelde Mazu de vergadering: ‘In Yuezhou is een grote parel, zijn volmaakte straling schijnt vrij zonder hindernis.

 

Dialoog 2 Fenzhou Wuye’s  eerste bezoek aan Mazu.

19.

Later, toen Wuye hoorde dat Daji, de leider van de Chan school,  in Hongzhou was, ging hij speciaal naar hem  toe om hem te ontmoeten en zijn respect te betonen.  Wuye was meer dan zes chi groot en stoer als een berg. Wanneer hij keek, staarde hij met een gefixeerde blik en zijn stem was als de klank van een gong. Zodra hij Wuye zag, dacht Daji dat hij bijzonder was. Hij glimlachte en zei: ‘Wat een majestueuze boeddhahal.  Alleen daarbinnen is geen Boeddha.’ Toen knielde Wuye respectvol neer en zei: ‘Wat betreft de literatuur van de drie voertuigen heb ik hun betekenissen ruwweg reeds begrepen. Ik hoorde dat de leer van de Chan school is: ‘deze geest is de Boeddha’, maar ik ben echt niet in staat dit te verstaan.’ Daji antwoordde: ‘Deze ware geest die niet begrijpt, die is het, zonder iets anders. Wanneer mensen niet begrijpen zijn ze onwetend, wanneer zij het wel begrijpen zijn ze ontwaakt. Onwetend zijn de levende wezens ontwaakt; ontwaakt zijn ze de Boeddha. De Weg staat niet los van levende wezens; hoe kan er dan opnieuw een andere Boeddha zijn. Dit is een vuist maken met één hand. – de gehele vuist is de hand.’ Bij het horen van deze woorden, werd Wuye plotseling ontwaakt. Hij huilde en vertelde Daji: ‘Vroeger dacht ik dat de Boeddha Weg ver weg was en gedurende vele kalpas deed ik geen pogingen mij dit te realiseren. Vandaag begrijp ik voor de eerste keer dat de ware vorm van het dharma-lichaam vanaf den beginne volledig in zichzelf is. Alle myriade dingen worden geproduceerd door de geest. Zij hebben slechts namen zonder enige realiteit.’ Daji zei: ‘Zo is het; zo is het. De natuur van alle dingen is zonder geboorte en dood en alle dharmas zijn fundamenteel leeg en latent. De sutra zegt: ‘Vanaf het begin zij alle dharmas altijd in de vorm van uitdoving.’ De sutra zegt ook: ‘Het is een huis van uiteindelijke leegt en rust.’ De sutra zegt ook: ‘Leegte is de zetel van alle dharmas.’ Dat wil zeggen dat alle Boeddhas en Tathagatas wonen op de plaats van niet-wonen. Als je dit weet, dan woon je in het huis van leegte en rust en zit je op de dharma-zetel van leegte.  Of je nu je voet optilt of neerzet, je verlaat niet de plaats van verlichting. Bij het horen van deze woorden begrijpt men onmiddellijk zonder enige graduele fasen. Dit wordt genoemd het bestijgen van de berg van nirvana zonder een voet te bewegen.’