›› Zen

Over het leven en werk van Dogen Zenji, ter inleiding

Bij het Lezen van Eihei Dogen 1

Op een sombere lenteavond rond middernacht,
mengde de regen zich met  sneeuw sprenkelend op de bamboes in de tuin.

Ik wilde mijn eenzaamheid verzachten, maar dat was onmogelijk.
Mij hand reikte achter mij naar het heilige boek, geschreven in de tempel Eiheiji.
Onder het open venster aan mijn tafel,
offerde ik wierook, ontstak een lamp en las rustig.
Lichaam en bewustzijn vallen weg is de simpele, oprechte waarheid.
In duizend houdingen, tienduizenden verschijningen speelt de draak met het juweel.
Zijn verstaan voorbij geconditioneerde patronen reinigt de gaande corrupties;
de stijl van de oude grootmeester  weerspiegelt het beeld van India.

Ik herinner mij het ver verleden toen ik woonde in Etsu  Tempel
en mijn overleden leraar uitleg gaf van het Ware Dharma Oog.   
In die tijd had ik voor een ogenblik enig inzicht.
Ik vroeg mijn leraar permissie het te lezen en bestudeerde het op intieme wijze.
Ik voelde duidelijk dat ik tot nu toe had gesteund op eigen bekwaamheid.
Nadat ik mijn leraar verlaten had, zwierf ik overal rond.
Wat is de relatie tussen Dogen en mij?
Overal waar ik ging, beoefende ik toegewijd het ware dharma oog.
Hoeveel keer heb ik het telkens opnieuw herlezen?
In dit onderricht is geen enkel tekort.
Aldus bestudeerde ik de meester van alle dingen.

Nu wanneer ik de Shobogenzo ter hand neem en het onderzoek,
klinkt   zijn toon niet  harmonieus met gewone gezichtspunten.
Niemand heeft gevraagd of het een juweel is of een luchtbel.
Vijfhonderd jaar was het overdekt met stof
omdat niemand een oog had om de dharma te herkennen.
Voor wie was al die eloquente taal bestemd?
Verlangend naar het verleden en treurend over het heden, is mijn hart uitgeput.

Op die avond gezeten bij de lamp, wilden mijn tranen niet stoppen.
en maakten ze de geschriften van de oude Boeddha Eihei nat.
In de morgen kwam mijn oude buurman naar mijn strooie hut.
Hij vroeg me waarom het boek zo vochtig was.
Ik wilde het niet zeggen, maar deed alsof ik mij diep schaamde;
diep bedroefd als ik was, was het onmogelijk hem een verklaring te geven.
Ik liet mijn hoofd een ogenblik hangen, en vond een paar woorden:
“Vannacht lekte de regen naar binnen en mijn boekenkast raakte doorweekt”.2

Zo beschreef Ryokan (1795 - 1831) een beroemd zendichter, de ontroering die hij onderging bij het lezen van Dogen. Op een sombere, regenachtige lenteavond, overvallen  door een diep gevoel van eenzaamheid, grijpt Ryokan naar het werk van Dogen.  Wederom, want hij had het al vele malen gelezen, wordt hij bevangen door de bevrijdende sfeer die ervan uitgaat. Hij herinnert zich hoe zijn eigen leraar commentaar gaf op Dogen’s teksten en dat hij toestemming vroeg  om het zelf te mogen lezen. Blijkbaar was het niet vanzelfsprekend dat zenstudenten zelf Dogen lazen. En hij bestudeerde  Dogen ‘op intieme wijze’. En terwijl hij Dogen las, begreep hij dat zijn eigen inzicht  tot dan toe niet zoveel voorstelde.  Ryokan verbaasde zich er over dat Dogen meer dan vijf eeuwen onder het stof gelegen had. Voor wie had Dogen dit eigenlijk geschreven? Hij leest de gehele nacht door, terwijl de tranen blijven stromen, terwijl  zijn raam openstaat en de regen naar binnen druppelt. Zijn ontroering en gegrepenheid zijn zo groot, dat als zijn buurman de volgende ochtend langs komt en terloops ziet hoe zijn boeken er door en door nat bij liggen en hem vraagt hoe dat gebeurd is,  Ryokan zich zo geneert  dat hij na enig aarzelen een smoes verzint.....

Bijna  twee eeuwen na Ryokan is er wellicht geen enkele zenleraar in Oost of West die niet af en toe zijn leerlingen een tekst van Dogen voorleest en becommentarieert. In de waardering van Dogen’s werk heeft zich een totale ommekeer voorgedaan. Vanaf zijn dood in 1253 tot  aan het begin van de twintigste eeuw werd zijn literaire nalatenschap uitsluitend beheerd  door zijn opvolgers en navolgers die er de fundamenten in vonden voor de zogenaamde Soto School.  Dogen werd vereerd binnen de sekte en als een schrijver uitsluitend voor die sekte.  Maar in 1926 werd door Watsuji Tetsuro een bom gelegd onder de eeuwenlange, sektarische interpretatie in een essay getiteld: “Dogen, een monnik”. Voor hem was Dogen niet de stichter van een sekte, maar “onze Dogen”. Hij beschuldigde de Soto School Dogen ‘vermoord’ te hebben. Dogen had in zijn ogen universele betekenis.  Sindsdien begon men in Japan Dogen te lezen los van de dogmatische lappendeken en  buiten de scholastieke vesting die de fundamentalisten om dit werk heen hadden gebouwd.  Men ontdekte Dogen als  filosoof, als intellectueel, een man van de letteren. Hij was niet alleen maar een godsdienstig auteur die schreef over  religieus geloof en monastieke cultuur, maar zijn geschriften werden gelezen in relatie met de veranderende omstandigheden in de moderne wereld. Zijn werk had actuele betekenis. In de jaren dertig van de vorige eeuw begon men ook te werken aan een nieuwe kritische editie.  Er verschenen studies die het leven van Dogen beschouwden vanuit zijn eigen historische en culturele achtergrond. Dogen was niet alleen een heilige, maar bovenal een kind van zijn tijd en met zeer menselijke trekken. In Japan werden zijn literaire werken niet meer beschouwd als het eigendom van een bepaalde zenschool, maar als uitdrukking van de “essentie” van de Japanse cultuur.  De beroemde schrijver  Yasunari Kawabata opende zijn dankwoord bij het aanvaarden van de Nobelprijs voor literatuur in 1968 met een gedicht  van Dogen en prees hem als dichter van “de schoonheid der seizoenen, diep doordrongen van Zen” 3  Nog altijd is er een strijd gaande tussen sektaristen en moderne interpretatoren.  En in zekere zin is Dogen daar zelf ook debet aan. Zijn omvangrijk oeuvre bevat vele innerlijke tegenstrijdigheden en laat zich derhalve lastig in één enkele richting lezen.

Sinds 1970  zijn de werken van Dogen ook in het Westen bekend geworden. Dankzij vertalingen. En Dogen vertalen is monnikenwerk. Masugana Reiho’s Engelse editie van de Shobogenzo Zuimonki was wellicht het eerste wat in de West toegankelijk was. Heinrich Dumoulin, een zeer gewaardeerd historicus van het Japanse Zenboeddhisme, verzorgde een Duitse vertaling van de Genjokoan, een van de belangrijkste essays van Dogen. 4 Jiyu Kennett Roshi nam verschillende teksten op in haar  ‘Selling Water by the River: A Manuel for Zen Training’. 5 Abe Masao en Norman Waddell publiceerden tussen 1971 en 1974 in het Engels enkele van Dogen’s mooiste en belangrijke essays  in de The Eastern  Buddhist.  Tussen 1983 en 1985 verscheen de eerste volledige Engelse vertaling van de Shobogenzo. In 1994 gevolgd door een tweede. 6

Een eerste mijlpaal voor de bereikbaarheid van Dogen in het Westen is ongetwijfeld de in 1975 gepubliceerde   omvangrijke studie over Dogen door Hee-Jin Kim. Vanaf die tijd worden in Amerika regelmatig conferenties gehouden waar vooral westerse Dogenkenners elkaar op de hoogte houden van hun bevindingen met de studie van Dogen’s werk. Een nieuw hoogtepunt vormt Carl Bielefeld’s  “Dogen’s Manuals of Zen Meditation” uit 1988 waar hij een nieuw licht werpt op Dogen’s praktische verhandelingen over zazen. 7

Nederland kent (nog) geen  traditie van Dogenstudie. Wie Dogen wil bestuderen dient te beschikken over een specialisatie binnen de Japanse taal. Dogen schreef niet alleen in het Chinees maar ook in een oud-Japans met een middeleeuws idioom, dat ook voor de moderne japanner niet te lezen is. Voor zover ik weet zijn er in Nederland weinig mensen die rechtstreeks toegang hebben tot Dogen’s taal. Wij zijn derhalve afhankelijk van wat er op internationaal niveau aan vertalingen en studie verschijnt. 8

  • 1. Zijn naam is Dogen Kigen. Vaak wordt ook Dogen Zenji, of Dogen Eihei gebruikt. Zenji is een eretitel, meestal ver¬leend na de dood van een gezien zenmeester. Eihei is de naam van de tempel die gesticht is door Dogen. Naar Chi¬nees gebruik wordt de naam van de tempel, waar een le¬raar abt van geweest is, ook bij zijn familie- of monniks¬naam gevoegd.
  • 2. 2. Great Fooi Zen Master Ryokan - Poems, Letters and Ot-her Writings, translated with essays by Ryuichi Abé and Peter Haskel, University of Hawaii Press, Honolulu 1996, p. 164-165: 'Reading the Eihei Record'. De tekst is ook te vinden in Moon in a Dewdrop, p. 223.
  • 3. 3. Yasunari Kawabata, Japan, the Beautijul and Myself, the 1968 Nobel Prize acceptance speech, translated by Edward Seidensticker, Kodansha International Ltd., Tokyo, 1969, p. 73 en 41.
  • 4. 4. Dumoulin, Heinrich, Das Buch Genjokoan aus dem Sho-bogenzo des Zen-Meisters Dogen, Monumenta Nipponi-ca, vol. J-5,nr. 3~4(October 1959-January 1960), p. 217-32.
  • 5. 5. Jiyu Kennett Roshi, Zen is Eternal Life, Dharma Publi-shing, 1976, p. 83-190.
  • 6. 6. De literatuurlijst geeft in volgorde van verschijningsdatum de diverse vertalingen
  • 7. 7. Zie de literatuurlijst.
  • 8. 8. Zie Boudewijn Kooles Nederlandse vertalingen met toe¬lichtingen. Zeer bruikbaar en informatief.