›› Zen

Ummon's Gouden wind

Ummon

Ummon Bun'en is zijn naam in het Japans. In het Chinees heet hij Yunmen Wenyan.  Hij leefde  ongeveer in de jaren 862/864 -949 AD. Hij was in zijn tijd beroemd en berucht. Uit zijn onderricht kwam een eigen school voort: de Yunmen-school, die in zijn tijd van grote invloed was vooral in de hogere kringen. In de koan collecties komt Yunmen vaak voor. Hij beschikt over een zeer pittige, directe manier van zeggen, waarbij hij niet schuwt te schreeuwen en te slaan. Maar hij gold als de meest welsprekende chanmeesters van zijn tijd. Tegelijk was hij ook moeilijk te begrijpen: 'Als hij het over het oosten had, keek hij naar het zuiden.' Soms wierp hij in zijn antwoorden een hindernis op van één woord' Zo vroeg een monnik eens:'Wat is de leer die de boeddha's en patriarchen overstijgt?' Ummon antwoordde: 'Een sesamzaadje'. Slechts ogenschijnlijk een zinloos antwoord.

Zijn verlichtingservaring mocht er ook zijn. Ummon ging naar de tempel van Bokushu om onderricht te vragen. De eerste keer dat hij daar kwam, werd hij niet toegelaten. De tweede keer werd hij niet toegelaten. De derde keer opende Bokushu een klein beetje de deur. Ummon stak zijn been tussen de opening in de hoop zo toegang te verkrijgen. Bokushu riep:'Spreek! Spreek!.' Terwijl Ummon zijn mond opende, duwde Bokushi hem weg, waarbij zo snel de zware deur dicht klapte dat Ummon's been gekneld geraakte en deze gebroken werd.

Een beroemd koranverhaal is deze: Ummon vroeg aan de bijeengekomen monniken: 'Ik vraag je niet naar de  dagen vóór de  vijftiende, noch naar de dagen na de vijftiende. Maar wat kun je zeggen over de vijftiende dag van de maand?  Omdat niemand iets zie, gaf Ummon zelf het antwoord: 'Elke dag een goede dag.' Let wel, de vijftiende dag geldt als de dag van verlichting. Pas in het licht van inzicht is elk dag een goede dag.

De volgende koan heeft voor mij een grote actualiteit.

 

Hekiganroku 27

Engo’s introductie

Eén vraag en hij heeft tien antwoorden; één hoek en de andere drie zijn helder. Ziende de haas, laat hij de havik gaan; gebruikmakend van de wind, ontsteekt hij vuur. Nu, laat hij voor een tijdje niet zijn wenkbrauwen sparen – hoe ga je het hol van de tijger binnen? Zie het volgende.

Voorval

Een monnik vroeg aan Ummon: ‘Wat gebeurt er als de bomen verdorren en de bladeren vallen? Ummon zei: ‘Je belichaamt de gouden wind.’

Setcho’s gedicht

Veelbetekenend de vraag,
Vindingrijk het antwoord, ook.
De drie frases zijn verzadigd,
De pijl doordring het universum,
De wind blaast over de vlakte,
Zachte regen bewolkt de hemel.
Zie je niet de meester van de Shorin tempel,
Nog niet terugkerend, muur-contemplatie
Nu rustig mediterend op de top Yuji?

 

Commentaar: De monnik vraag wat het betekent als de herfst komt en de  bomen kaal worden en de bladeren afvallen en verdorren. Uiteraard, hij vraagt niet alleen naar de betekenis van het seizoen als natuurverschijnsel, maar hij vraagt ook naar de betekenis van de ouderdom die elk mens wacht. En het ouder worden in zijn meest tragische zin, wanneer namelijk de fysieke functies geleidelijk aan hun diensten weigeren. De monnik vraagt naar de zin van de aftakeling, ook de van mentale achteruitgang, van het dement worden. Wat heeft het leven nog voor betekenis als alle fysieke en mentale  krachten uit ons wegvloeien?  Als wij tot een plantaardig wezen  vervallen zijn?

En dan geeft Ummon als antwoord: 'Je bent nog altijd de belichaming van de gouden wind.' De gouden wind is een metafoor voor wat boeddhisten noemen boeddhanatuur. Spiritueel gezien is deze aftakelende persoon nog altijd van onschatbare waarde. De koan geeft te denken over de waarde van ons leven, ook al heeft het onbegrijpelijke en onaantrekkelijke vormen aangenomen.